Op 31 maart jl. heeft het bestuur van Geerdinkhof, samen met een aantal bewoners van de lage nummers, beroep bij de Raad van State ingesteld tegen het bestemmingsplan Geerdinkhof. Het belangrijkste argument dat we ingebracht hebben, is de plangrens. Wij hebben betoogd dat onze wijk af is en dat een logische planologische grens loopt over de – inmiddels verlaagde – dreef. U herinnert zich nog wel hoe nu de plangrens getekend was: strak langs de woningen aan de westkant van Geerdinkhof.

De rechter in kort geding over de inrichting van de Geerdinkhofweg heeft in zijn uitspraak aangegeven dat tussen het fietspad en de Geerdinkhofweg groen zal komen;

De stadsdeelraad heeft in een motie uitgesproken dat er tussen de woningen en het fietspad ruimte moet zijn voor tuinuitbreidingen
Ambtenaren van het stadsdeel hebben uitgesproken dat de ruimte tussen de scholen en de Garstkamp niet behoort tot het vernieuwingsgebied, zodat daar geen extra woningbouw plaats kan vinden.
En de ruimte direct langs de dreef aan onze kant is niet breed genoeg om daar nog extra (woning)bebouwing te realiseren.
Kortom, de wijk is af. Onze advocaat heeft een tweetal uitspraken van de Raad van State daarbij opgezocht die dit standpunt – naar onze mening – ondersteunen (8 juni 2005, nr. 200406920/1, art. 2.5 en 9 april 2003 nr. 200205468/1, art. 2.6).

Daarnaast hebben we nog aangegeven dat er zorgvuldiger – in de voorschriften en niet in de toelichting – omgegaan dient te worden met dakopbouwen, dat een consistent parkeerbeleid inhoudt dat ook de Garstkamp en de scholen onderdeel uitmaken van dit bestemmingsplan en dat de bedrijvigheid in de wijk meer afgestemd dient te worden op de primaire woonfunctie.
Het ingediende beroepschrift vindt u hier.

We wachten nu de zitting bij de Raad van State af.