De fauna van Geerdinkhof

Een typisch zomerdier, de langpootmug. U kent ze vast wel; wat onhandige, slungelige, vliegende insecten. Soms zitten ze dagenlang tegen het raam of naast de voordeur, aangetrokken door het licht.

fauna langpootmug

Nee, het is absoluut geen korhoen die vogel , afgebeeld in het Infobulletin van december 2014. Het is een parelhoen en wel een helmparelhoen (Numida meleagris), ook bekend onder de naam poelepetaat of op zijn Frans poule pintade, alias pauwkip of 'Zhij'.
Deze Geerdinkhoffer is nu tien jaar oud en zijn of haar geschiedenis is hieronder beschreven.

De afgelopen weken heb ik het weer regelmatig gehoord: de kenmerkende roffel van de specht. Een lang aanhoudende 'trrrrrrrrrrrr'. Dat geluid wordt geproduceerd door intensief roffelen op dood hout. Dat is vaak hol van binnen en dient als echoput voor de specht.
fauna bonte specht-1

Haar leven lang heeft Femmie Wiersma een fascinatie voor paarden gehad. Als kind vond ze ze interessant, maar ook groot en soms eng. Sinds enkele jaren heeft ze een eigen paard, Fleur. Het was liefde op het eerste gezicht.

Mijn eerste herinnering aan het paard is toen ik ongeveer drie jaar oud was. Dat was in de jaren veertig. In het dorp waar ik geboren ben en opgroeide, trokken paarden de kar van diverse winkeliers, onder andere de groenteman, de melkboer en natuurlijk de schillenboer.
Ik weet nog dat mijn moeder me op de arm mee naar buiten nam met in mijn knuistje een suikerklontje. Ik moest dat dan op mijn platte hand leggen en zo aan het paard geven. Ik vond de paardenkop wel heel erg groot en ik vond het platte handje vreemd. Waarom zo?
Dat deed je met een hond of kat toch ook niet.... Nou, dan kon het paard niet in je handje bijten...

Een typisch beestje, echt passend bij dit jaargetijde, is de wintervlinder, al begrijp ik dat veel mensen nog nooit van dit vlindertje hebben gehoord. Dat is best vreemd, want hij komt vrij algemeen voor, zeker ook bij ons in de buurt.
Fauna wintervlinder-3

Dit keer eens een beestje uit de categorie hinderlijke insecten in en om het huis. Enige tijd terug zijn muggen, zilvervisjes, kruisspinnen en pissebedden al de revue gepasseerd, maar de huisvlieg wint het wel als het om hinderlijk gedrag gaat.

Fauna huisvlieg

Op een zaterdagochtend in augustus is de eerste schoffelbeurt georganiseerd in het plantsoen aan de toegangsweg naar onze wijk. Met 23 bewoners hebben we een flinke hoeveelheid onkruid weg geschoffeld tussen de struiken. Vooral heel veel haagwinde (ook wel pispotje genoemd) is toen verwijderd.
Fauna zelfbeheer 1

In deze rubriek komen allerlei dieren voorbij die in en rond Geerdinkhof aangetroffen kunnen worden. Dit keer koos ik weer eens voor een insect en ik werd op het idee gebracht door Wouter van Rennes die mij een foto stuurde met de vraag: wat is dit?

Fauna kolibrie-1

Iedere winter komen ze bijna dagelijks in, langs, door of over mijn tuin. Ze trekken in groepjes rond en wachten altijd op elkaar voordat ze weer verder vliegen: staartmezen.

Fauna staartmees 1

Fauna flora-excursies zuidoost 2014-1
Ter illustratie bij het in januari 2013 verschenen boek Bloemen in Amsterdam Zuidoost door Tet Roetman met daarin 555 plantensoorten en 320 kleurenfoto's van bloemen en het mogelijke nut als voedsel en medicijn van een 25-tal soorten, wordt u hierbij uitgenodigd om deel te nemen aan de flora-excursies op de zaterdagmorgens van 10.30 -12.15 uur onder leiding van een plantenbiologe.

Fauna vogeltelling
Tuinvogeltelling app: nu te downloaden in iTunes en Google Play! De Tuinvogeltelling app van Vogelbescherming Nederland helpt u de meest voorkomende tuinvogels van Nederland te herkennen. Via de Tuinvogeltelling app kunt u uw telling natuurlijk ook meteen insturen. Meedoen met de Nationale Tuinvogeltelling wordt daarmee nog leuker én makkelijker!

Lees meer...

In deze serie mag het konijn eigenlijk niet ontbreken, vind ik, maar heeft u wel eens een konijn in onze buurt aangetroffen? Zeer regelmatig rijd ik 's avonds de wijk in, maar nog nooit zag ik een konijntje op de grasperken. Wel scharrelt er wel eens een egel en ook jagen er reigers onder het licht van de lantarenpalen. Ik vraag me dan ook af wat er mis is met onze grasvelden. Ook langs de Provinciale weg naast de Weespertrekvaart en de dijkjes in en langs de Bijlmerweide zie ik nooit een konijn, toch vreemd...

Fauna zelfbeheer plantsoen

Vindt u ook dat wij een mooie, groene entree van onze wijk hebben? Vindt u ook dat deze groene entree behouden moet blijven? Zoudt u ook graag aan het onderhoud van deze entree mee willen werken?

Ringslangen zijn een van de drie in Nederland voorkomende slangensoorten en ze zitten o.a. op veel plekken rondom Amsterdam. Het zijn volstrekt ongevaarlijke diren, behalve als je een kikker bent.

Fauna ringslang 1

Op zondag 24 november a.s. vertelt Ruud Wolterman alles over deze beesten, waar ze voorkomen, of het goed met ze gaat in Zuidoost, wat je kunt doen om het hen naar de zin te maken, hun leefwijze en zo meer. Wolterman heeft tien jaar lang ringslangen gevolgd in het wild en gaat de lezing houden in het Ruige Hof, Abcouderstraatweg 77. Inloop en koffie om 14:30, aanvang lezing om 15:00 uur. De lezing is voor leden gratis bij te wonen 3,50 euro.

Van te voren opgeven via: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.,">Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken., tel. 0294-285021 of www.deruigehof.nl

 

Ook Geerdinkhof heeft de eerste herfststorm van 2013 niet helemaal zonder schade doorstaan...

Fauna storm okt 2013

Deze keer eens een vogel die wel degelijk in onze wijk voorkomt, maar toch weinig wordt opgemerkt, totdat hij toeslaat natuurlijk! De sperwer. Over het algemeen zit hij verscholen in een boom of struik om van daaruit bliksemsnel toe te slaan.
Fauna sperwer 1

Heerlijk om in het voorjaar wakker te worden met fluitende vogels in de tuin. Vanaf februari, maart worden de vogels steeds luidruchtiger en nu, in mei, is wel het hoogtepunt bereikt. Vooral merels, winterkoninkjes, heggenmussen en mezen voeren de boventoon.

Nu een aantal mensen naar aanleiding van het boek Bloemen in Amsterdam Zuidoost gevraagd heeft ook dit jaar weer (wilde)plantenexcursies in Amsterdam Zuidoost te houden, wordt u hierbij uitgenodigd om deel te nemen aan een nieuwe reeks flora-excursies.

Zoals u waarschijnlijk bekend wilde het stadsdeel het Grasplan doorvoeren, waarbij, om bezuinigings-redenen, planten en struiken zouden verdwijnen uit onze groenstroken, en hiervoor gras in de plaats zou komen.

Een voorbeeld van actief burgerschap is de zorg voor het behoud van zoveel mogelijk groen in de wijk. Toen Johan Kunst, lid van de commissie Leefbaarheid, hoorde dat een aantal van onze kastanjebomen wegens ziekte moesten worden gekapt, heeft hij vrijwel direct contact opgenomen met Hans Kapiteijn, verantwoordelijk ambtenaar voor beheer en onderhoud van het openbaar groen.

In februari sprak ik verschillende mensen die 's avonds een uil hoorden roepen. Ik stapte toen een keer rond 20.00 uur naar buiten en hoorde voor het eerst ook de uil; duidelijk een bosuil. Een lang en bibberend 'oehoeoe'. Daarna hoorde ik hem bijna iedere avond.

Vorig jaar kwam ons stadsdeel met een onzalig idee om geld te besparen: het 'Grasplan'. De gedachte was om in allerlei perken in Zuidoost struiken te rooien en te vervangen door... gras. Daar kun je twee keer per jaar een maaimachine overheen jagen en klaar is Kees. Geen roedel schoffelaars meer, die daar maar dagenlang op hun gemakje de bladeren staan weg te harken en onkruid verwijderen.

Herkent u de entree van Geerdinkhof nog?
Zoals op deze foto, zo zou het er wel eens uit kunnen gaan zien, bij ons in de Geerdinkhof: fantasieloos gras daar waar nu een gevarieerde beplanting is in perken met ‘collectief groen’. Als u nu denkt: waar gáát dit over, leest u dan dit artikel.

Het voorbereidende werk voor de bouw van huizen in de 'Droomzone' bij Geerdinkhof is in volle gang. Langs de dreef zijn hekken rondom het bouwterrein geplaatst en er is nu een noodvoorziening voor voetgangers gemaakt.

Het is vreemd dat een zo voor de hand liggend dier als de eend nog niet is langs geweest in deze rubriek. Daarom dit keer aandacht voor een vertrouwde verschijning: de (wilde) eend.

Tot nu toe is in deze reeks nog geen vis langs geweest en de karper lijkt mij een goede kandidaat om het spits af te bijten. Om karpers tegen te komen, hoef je alleen maar de Bijlmerweide in te lopen. In bijna alle vijvers zijn ze wel aanwezig, maar ze zijn niet altijd makkelijk te zien. De eerste keer dat ik de karpers gewaar werd, was op een warme dag in april. Twee meerkoetjes hadden een nestje gebouwd tegen wat riet en een overhangende tak. Plotseling doken er twee enorme karpers op, die luid klapperend dwars door dat nest gingen. Meerkoetjes in paniek natuurlijk, want het hele nest was zo goed als verdwenen.

Begin mei zijn enkele eikenbomen waarin vorig jaar eikenprocessierupsen zijn gevonden, preventief behandeld tegen deze rupsen. Na veertien dagen is de behandeling herhaald om de kans zo klein mogelijk te maken dat de rupsen in de zomer overlast veroorzaken.

Zoals de meeste bewoners in onze wijk wel weten, zijn de vrijwilligers op de Bijlmerweide maandelijks in de weer om het park te onderhouden, samen met medewerkers van de afdeling 'Beheer en Milieu' van het stadsdeel.

Meestal snoeien en knotten we in de wintermaanden en ruimen we gemaaid gras in de zomermaanden. En soms zijn er extra werkzaamheden zoals het vormen van takkenrillen, het maken en ophangen van nestkasten of de aanleg van broeihopen. Die laatste klus hebben we in maart en april uitgevoerd.

De laatste tijd wordt er steeds vaker gediscussieerd over de toename van kraaien, eksters, reigers en duiven in onze buurt. Ook het bestuur van Geerdinkhof ontvangt hierover e-mails. Met name het voederen van de reigers met kaasblokjes of vleeswaren is een heikel punt.

Het stadsdeel heeft een voorstel gedaan om op veel plekken in Zuidoost de beplanting te verwijderen en te vervangen door gras. Dit zou het stadsdeel een ton per jaar schelen aan groenonderhoudskosten. Ook in Geerdinkhof gaan er klappen vallen, langs Geerdinkhofweg en –pad. Bovendien wil men een ‘vlindercorridor’ ontwerpen. Naar aanleiding van dit plan hebben wij bij de bewoners geïnventariseerd wat zij van dit plan vinden en daaruit kwam naar voren dat wij van Geerdinkhof tegen dit plan zijn. Hier vindt u een afschrift van onze brief aan het stadsdeel.

Memo stadsdeel concept grasplan

Memo stadsdeel inspraak concept grasplan

Lijst van locaties

Kaart

 

Afgelopen maand kreeg ik een mailtje van een Geerdinkhofbewoner die een ijsvogel had gezien, in de Bijlmerweide, vlak achter mijn huis. Een heugelijke mededeling, ik ben gelijk gaan kijken, maar heb 'm zelf helaas (nog) niet gezien.

Het vorige artikel ging over de ekster en het negatieve sentiment rond die vogel. Ik wilde laten zien dat niet alles is wat het lijkt. Bij de geliefde tuinvogeltjes die als (vermeende) eksterslachtoffers werden opgevoerd (mezen en merels) ben ik een belangrijke tuinvogel vergeten te noemen: het roodborstje.

De ekster: wie kent hem niet? Waarschijnlijk een van de meest gehate vogels in de buurt en ver daarbuiten. Krijsen, dat kunnen ze goed; brutaal andere vogeltjes verjagen, en nog erger: nesten plunderen van merels en andere tuinvogels.

De maand mei is bij uitstek de maand van de insecten. Allerlei soorten vlinders en kevers kruipen uit hun pop en vliegen uit op zoek naar voedsel en partners. Veel soorten zijn vorig jaar zomer uit het ei gekropen en in de loop van het najaar verpopt. De kou vertraagt de ontwikkeling en in de loop van de winter gebeurt er bijna niets. Als de temperatuur dan weer gaat stijgen, in maart en april, gaat de ontwikkeling in de pop door en meestal in april vliegen de vroege soorten alweer rond. Er zijn ook insecten die overwinteren als imago (dat is het eindstadium zoals wij de insecten meestal tegenkomen); zij vliegen of kruipen uiteraard nog vroeger rond, bij de eerste zonnestralen in maart.

Het vorige artikeltje ging over de regenworm, en ik veronderstelde dat dit diertje vroeger in ons biologieboek werd ingedeeld bij de nuttige dieren. Hoewel ik het niet ben na gegaan, ga ik er vanuit dat de mol dan zeker bij de schadelijke dieren werd ingedeeld. Maar waarom eigenlijk?

Tijdens de biologielessen op de MAVO, ergens in de jaren zeventig, leerden wij dat dieren konden worden ingedeeld in nuttige en schadelij ke. Natuurlijk waren kraaien en vossen schadelijk en nog veel meer dieren die onze oogsten bescha digden of onze huisdieren belaagden. Gelukkig zijn dit soort indelingen verdwenen en zijn we heel anders gaan kijken naar onze fauna.

Ja, een aantal mensen zal ongetwijfeld raar opkijken dat zelfs een slang wordt gerekend tot de fauna van Geerdinkhof, maar naast ondergetekende zijn er meerdere mensen in onze wijk die een of meer malen een ringslang hebben zien zwemmen of kruipen.
De ringslang is een echte slang, het is zelfs de grootste slang die we in ons landje kunnen tegenkomen. Veel mensen weten niet dat er in Nederland wel drie soorten slangen leven. Naast de ringslang kunnen we nog adders tegenkomen op de (liefst natte) heidevelden van de Veluwe, in Drenthe, Friesland en Limburg en gladde slangen in ongeveer dezelfde gebieden maar ook nog in de Peel. De adder en de gladde slang worden zelden groter dan 70 of 80 centimeter, maar de ringslang kan in ons land een lengte van ver over één meter bereiken. De ringslang is het enige reptiel in Nederland dat ook buiten beschermde natuurgebieden voorkomt.

Naast tsjilpende mussen en zingende merels, roepen de koolmezen het echte voorjaarsgevoel op. Iedereen kent ze toch?
Een gele buik met zwarte stropdas en een zwart petje. Zoals de naam al aangeeft (major) is het de grootste mees uit de familie. De hele winter zijn ze al actief in en rond onze tuinen. Altijd present bij vetbolletjes en voedertafels en ook altijd zoekend naar nestgelegenheid.

Je zal toch paardenbijter héten, maar nog nooit van je leven je tanden in zo’n beest hebben gezet! Dat onfortuin lijke lot deelt de paardenbijter met dieren als oorwurm en pissebed, beestjes die nog nooit in een oor zijn gekropen of in bed hebben geplast.

Ik had nog geen enkel idee over welk dier ik deze keer een stukje zou schrijven. Maar tij dens de nieuwjaarsborrel in de Garstkamp opper de Femie Groot: een stukje over de reiger. Goed idee! Raar eigenlijk dat deze vogel nog niet langs is geweest, want het is toch een bekende verschij ning. En niet alleen in onze buurt.

De beheerder van het vogelasiel heeft met het waterschap afgesproken dat ze in de komende maand de beschoeiing hier en daar naar beneden drukken om onder andere te water geraakte egels te redden. Dat gebeurt met een machientje en dat zal ook over het gras rijden om de oevers te kunnen bereiken...

Hoe meer hoe beter en hoe zachter (natuurlijker) de oever hoe beter. Ook in Diemen zijn daarvan voorbeelden, waar men beschoeiing heeft weggehaald. Het levert een veel natuurlijker beeld op en is voor (onbedoeld) te water geraakte dieren veel makkelijker om er weer uit te klimmen. Bovendien scheelt het aanmerkelijk in onderhouds- en beheerskosten.

Verzin nu eens een beestje voor het bulletin van december! Ik probeer meestal een beest te vinden dat een beetje past bij het seizoen. De kruisspin in de herfst, het winterkoninkje in de winter, een vlinder in het voorjaar, enzovoort. Maar bij december…? Bij het doornemen van de vorige artikeltjes vond ik de kikker en de (rugstreep)pad, dus daar onbrak nog het derde lid van deze groep, de amfibieën: de salamander. Is dat dan een winterdier? Nou…, waarom eigenlijk niet?

U kent ze natuurlijk wel, telkens als je iets oppakt in de tuin of bladeren opveegt of onkruid wiedt, kom je ze tegen: pissebedden.  En……zoals altijd met die enge kriebels zijn ze, ook al hebben ze een rotnaam, natuurlijk weer heeeel nuttig. Zeker net als oorwurmen en spinnen en duizendpoten, hoor ik u al denken. Nou, ik zal een poging doen ze in een iets gunstiger daglicht te stellen. Allereerst: het zijn geen insecten, maar schaaldiertjes, om precies te zijn: kreeftachtigen. Een van de weinige soorten die buiten het water voorkomen. In Nederland leven enkele tientallen soorten. Ze hebben allemaal zeven paar poten en twee voelsprieten en zijn voorzien van een harde schaal (het uitwendige skelet) die ze iedere vier weken verwisselen voor een nieuwe, omdat ze er steeds uitgroeien. Overdag zult u ze niet snel tegenkomen en al helemaal nooit in de zon. Dit zijn echte liefhebbers van donkere, vochtige ruimtes.

In onze buurt komen (nog) volop egels voor. Ze worden regelmatig gezien in de tuinen en plantsoenen en wandelen, meestal ’s avonds en ’s nachts, op hun gemakkie rond op zoek naar lekkere hapjes. Vooral slakken en wormen vinden ze heerlijk.

Ieder voorjaar, in mei, zo ongeveer de tijd dat alle struiken en bomen net in het blad zitten zien we weer dat ‘rare’ verschijnsel. Hele struiken en zelfs grote bomen blijken binnen enkele dagen helemaal ingepakt te worden met een dik spinsel of spinrag. Zoals we in de kranten en op het journaal hebben kunnen zien blijken zelfs onder de bomen geparkeerde auto’s binnen een nacht helemaal ingepakt te worden met dat witte spinsel.

Op verschillende plekken in de Bijlmerweide bloeit ieder jaar de rietorchis, ook op enkele veldjes op Bijlmerweide-Noord. Een van de voorwaarden voor deze orchis en allerlei andere wilde bloemen is natuurlijk dat ze zich alleen kunnen handhaven (en voortplanten) als ze gelegenheid wordt gegeven om na de bloei zaad te zetten en dit te verspreiden. Dat betekent niet te vroeg maaien.

Meestal zijn hommels de eerste insecten die we in het voorjaar tegenkomen, vaak al in februari. De temperatuur hoeft maar richting de 10 graden te gaan en de eerste hommels vliegen al uit. Er zijn nog maar weinig bloemen, zo vroeg in het voorjaar. Meestal fourageren ze op viooltjes, krokussen of sneeuwklokjes. In mijn tuin bloeit vanaf februari een flinke gaspeldoorn (Ulex), een mimosa-boom (Acacia dealbata) en meestal ook longkruid (Pulmonaria) en kerstroos (Helleboris). Ook op deze bloemen zijn vaak al vroeg in het jaar hommels te zien.

Rondom Geerdinkhof zijn regelmatig roofvogels te zien. Niet zelden vliegen er buizerds in de omgeving en ook over onze wijk. En af en toe bezoekt een havik de Bijlmerweide. Een van de meest voorkomende roofvogels in ons land is de torenvalk en opvallend genoeg zien we die niet zo vaak in de buurt. Wel staan ze regelmatig te “bidden” boven snelwegbermen en weilanden in de omgeving.

Zoals u misschien weet, bestaat er in onze buurt een groep vrijwilligers die eens in de maand werken aan het groenonderhoud van de Bijlmerweide. In deze groep ontstond het idee om het gebied te verrijken met de aanwezigheid van… torenvalken. De vogelpopulatie ter plekke is met haar talloze kraaien, halsbandparkieten en aalscholvers immers wat aan de eenzijdige kant.

Ieder najaar, wanneer de temperatuur daalt, bewegen de muizen weer richting de huizen. Vandaar die naam.
Dat wil niet zeggen dat je ze in de zomer niet binnenshuis kunt tegenkomen, maar in de winter zijn ze gewoon talrijker. En geef ze eens ongelijk! De mensen zetten alles klaar voor de muizen, ze zorgen voor voedselvoorraden in kasten, schuren, keukens en bijkeukens. De kachel staat meestal aan en holletjes zijn overal te vinden: onder de kast, tussen het plafond, achter een plint, in de piano, kortom plaatsen te over. Het huis binnenkomen lukt ze ook prima: gewoon door een openstaande deur of raam, via een tussenmuur, verlaagd plafond, kruipruimte enz. Ze zullen een lekker nestje bouwen van alle beschikbare materialen die ze tegemkomen. Papiersnippers, karton, textiel, daarvan is in ieder huis voldoende te vinden.

Geerdinkhof is gesitueerd tussen veel groen en water, en veel tuinen hebben een tuinvijver of grenzen aan het water. Kikkers zijn dus niet zeldzaam in onze buurt. We kunnen hier twee kikkersoorten tegenkomen: De groene kikker (Rana esculenta) en de bruine kikker (Rana temporaria).Hoewel de namen erg op elkaar lijken verschillen de twee kikkers behoorlijk van elkaar, zowel in uiterlijk als gedrag. Beide kikkers bent u vast wel eens tegen gekomen.

Op zoek naar een passend diertje voor de zomeruitgave van dit bulletin kon ik natuurlijk de mug niet overslaan. Ik zal U niet vermoeien met allerlei maatregelen om muggen te verdelgen, maar probeer iets meer te vertellen over het leven van de mug.

Als je een gezin hebt, is de tuin niet alleen een belangrijke ruimte voor de volwassenen, maar ook voor de kinderen. Zij hebben immers ook wensen over wat ze in de tuin willen kunnen doen en beleven. Allereerst willen kinderen graag kunnen bewegen: rennen, glijden, schommelen, rollen, hinkelen, ballen, etc. In de meeste tuinen wordt dat (afhankelijk van de beschikbare ruimte) ingevuld met een schommel, glijbaan en grasveld. Maar wat dacht je van een robuuste pergola met slingertouwen, een stuk boomstam om op te balanceren en vanaf te springen, of stobbes ingegraven in de grond om over te lopen en op te zitten?

Op de eerste zonnige dagen in maart zijn ze direct al aanwezig: vlinders. De dagpauwoog, meestal ook het vosje en de citroenvlinder. Op die eerste voorjaarsdagen zijn er al een paar bloemen die voor nectar kunnen zorgen: krokusjes, longkruid (Pulmonaria), sleutelbloem (Primula), hondsdraf (Glechoma). De dagpauwoog heeft tot dit moment op een overwinterplek doorgebracht. In onze wijk zal dat gebeurd zijn in een spleetje bij de garagedeur, de schuur, onder een kozijn of een ander vorstvrij plaatsje. In de vrije natuur gebeurt dat in holle bomen of achter schors, in muizenholletjes of gaatjes in rotswanden en steenhopen.

Het liefst hebben tuiniers het hele jaar een groene tuin. Maar helaas hebben wij in Nederland van nature niet zoveel groenblijvende planten. En ook veel leuke bloeiende tuinplanten trekken zich in de winter helemaal terug onder de grond. Het tuinplezier moet dan komen van uitgebloeide stengels. In mijn tuin bepalen in de winter vooral de stengels van kaardenbollen, hemelsleutel, koninginnekruid en kattenstaarten het winterbeeld, naast uitgebloeide siergrassen en groenblijvende lavendel en heiligenkruid. De tuin is dus overwegend bruin, maar als er sneeuw of rijp komt is het een plaatje!

Voor het zesde artikeltje over dieren in en rond Geerdinkhof grabbel ik in het ruime aanbod aan vogels in onze wijk. Mede door de ligging aan het park “de Bijlmerweide” met allerlei watertjes, dicht struikgewas en hoge bomen kunnen we in onze tuinen allerlei vogelsoorten tegenkomen.
Een heel bekend vogeltje is natuurlijk de winterkoning (officiele naam: Troglodytes troglodytes), al vraag ik mij af hoeveel mensen dit beestje wel eens in het echt hebben gezien. Bewust en onbewust horen we hem regelmatig zingen (zoek bij Google maar eens met de term: vogelgeluiden) en dat doet hij het hele jaar door, dus ook buiten het broedseizoen en zelfs midden in de winter. Maar dit ongelofelijk kleine en snel vliegende vogeltje te zien krijgen is nog geen gemakkelijke opgave!

Ik zal zo’n jaar of tien geweest zijn toen ik voor mijn verjaardag van mijn vader een driedelig bamboe hengeltje kreeg. Dat was in de tijd dat Amsterdam nog rustig was, wist wie je buren waren, en van hangjongeren had nog niemand gehoord. Je speelde met vriendjes thuis, of zoals in mijn geval ging ik met de autopet naar (oud)Schiphol, om naar de vliegtuigen te kijken. Dat doe ik overigens nog steeds alleen zonder “pet”. Maar waarschijnlijk aangespoord door oom Piet (broer van vader) die zelf een verwoed visser was, kreeg ik dus de hengel. Van hem leerde ik om met haakjes van een korset en een klosje garen de lijm keurig op je hengel te monteren. Ook leerde hij mij het weerhaakje plat te knijpen want dat was vriendelijker voor de vissen, en de visser kon de gevangen jongen sneller van de haak halen.

Het leuke van natuurrijk tuinieren vind ik zelf de beestjes in de tuin: vogels, kikkers, padden, salamanders, egels (al zie ik ze zelden) en allerlei soorten insecten, spinnen en ander klein spul.

Als fotograaf lijkt me dit een prima titel voor een regelmatig terugkerend stukje waarbij ik van mijn schrijvende collega’s de gelegenheid krijg om wat tekst bij mijn foto’s te plaatsen. Vorige keer schreef ik over last van zwerfvuil, nu over last van eksters. Niet onze last, maar hoe onze kleinste gevederde vrienden daar last van hebben!

Naaktslak: de familie van de Gastropoda, dat zoveel betekent als 'over de buik bewegend' (gaster is buik, maag, poda is voet).
En mocht u last hebben van een invasie - door natte zomers voelen ze zich héééérlijk, vandaar…

In mijn tuin hangt een insectenhotel. Dat klinkt echt passend voor de vakantiemaand niet waar? Er komen echter geen volwassen insecten logeren, maar insecteneieren, larven en poppen van alleen levende (solitaire) bijen en wespen. Daarvan leven in ons land zo’n 650 soorten. Ze hebben wel een angel, maar zijn niet zo stekerig als hun in kolonies levende familieleden. Ze zijn belangrijk voor de bestuiving van bloemen en in het geval van de wespen als jager op andere insecten.

Bijna overal te vinden in tuinen en plantsoenen. In het voorjaar en zelfs gedurende de zomer vallen ze niet op en plotseling tegen het najaar ontstaan overal spinnenwebben en lijken ze opeens massaal aanwezig. Waar komen ze dan vandaan?

Wat zoeken vlinders in een tuin? In de eerste plaats: eten, dat wil zeggen nectar. In het vroege voorjaar spelen daarbij vooral bomen en struiken een rol. Je kunt denken aan wilg (Salix-soorten), vroegbloeiende Prunus-soorten, Viburnum burkwoodii, mahoniestruiken (Mahonia-soorten) en Ribes-soorten. Goede vlinderplanten voor later in het seizoen zijn: Buddleja davidii (vlinderstruik), Verbena bonariensis, Knautia arvensis (beemdkroon), Hesperis matronalis (damastbloem), Sedum spectabile (hemelsleutel), Aster novi-belgii (herfstaster), Eupatorium purpureum (koninginnekruid), Lavandula-soorten (lavendel), Erysimum ‘Bowles Mauve’ (vaste muurbloem) en Tagetes-soorten (enkelbloemige Afrikaantjes). Naast nectarplanten zijn ook waardplanten belangrijk: dat zijn planten waarop vlinders hun eitjes leggen. Per vlindersoort zijn weer andere planten favoriet. Populaire waardplanten zijn o.a. brandnetel, klimop, vuilboom, distelsoorten, kruisbloemigen zoals look-zonder-look en pinksterbloem en allerlei grassoorten.

De natuur is de belangrijkste inspiratiebron voor de natuurrijke tuinier. Bij het inrichten van de tuin kun je een bepaalde natuurlijke sfeer in gedachten nemen, bijvoorbeeld een zonnige bosrand of bloemenweide, een bloemrijke slootkant of dijk of een donker schaduwrijk bos. Om die sferen in je tuin te realiseren, moet je de juiste planten kiezen. Varens, lissen,  otterbloem, margrieten, fluitekruid, dagkoekoeksbloem, allemaal brengen ze hun eigen natuurlijke sfeer met zich mee.

Na een verhaaltje over de halsbandparkiet en over de egel, dit keer aandacht voor een koudbloedig diertje, de rugstreeppad, Bufo calamita. Rugstreeppadden behoren, net als gewone padden, kikkers en salamanders, tot de amfibieën.

Het leuke van natuurrijk tuinieren is dat er veel leven in je tuin aanwezig is. Vooral in het voorjaar en de zomer kan het druk zijn in je tuin: vlinders, bijen, libellen, vogels, kikkers en als je geluk hebt in de schemering een egel of muisje.

Op donderdag 30 november jl. zijn de verlaagde Bijlmerdreef en ’s Gravendijkdreef officieel geopend door het planten van de laatste dreefboompjes door hoogwaardig-heidsbekleders.

Aandacht voor het groen. Half oktober verschenen er in diverse kranten (weekmedia, Spits, Metro, De Telegraaf) opwekkende berichten over de voor ons zo belangrijke groene omgeving. Het nieuwe gemeentelijke verantwoordelijken hebben als donderslag bij heldere hemel miljoenen vrijgemaakt om het Amsterdamse groen te “upgraden” en te versterken.

Gigantische ringslang in de Bijlmer

Een nieuwkomer is het zeker. Waarschijnlijk zijn er enkele dieren losgelaten in of rond 1976 in het Vondelpark. Geholpen door regelmatig bijvoederen hebben deze nieuwelingen een gemakkelijke start gekregen. Het duurde nog wel tot de jaren negentig voordat de dieren de stadsgrenzen overstaken. Nu heeft de groep zich uitgebreid tot een echte Amsterdamse kolonie. Maar er zijn meerdere kolonies. Rond Den Haag leven zelfs meer individuen dan in Amsterdam, bleek uit landelijke tellingen in 2004. De grootste populatie werd aangetroffen in Voorburg: 3200 dieren. De Amsterdamse populatie werd geschat op ongeveer 2000 dieren en ook in Rotterdam werden enkele honderden dieren geteld. Daarmee is Nederland zeker niet uniek. Ook in Berlijn en enkele ander Duitse steden, in Zuidoost Engeland en België worden deze parkieten gezien. Brussel kent waarschijnlijk de eerste en grootste populatie, zo’n 7000 individuen!

Onlangs is er een ooievaarsnest geplaatst op de schooltuin aan de Provincialeweg.

In de Bijlmerweide, achter Geerdinkhof, huist een populatie ringslangen. Al van oudsher komen ringslangen voor in dit gebied, zij hebben zich verspreid langs de oevers van het IJsselmeer vanaf Muiderberg richting Amsterdam.

In de Nieuwsbrief van de Werkgroep Monitoring van de RAVON, Meetnet reptielen (nr. 31, winter 2004/2005), stond een bericht waaruit blijkt dat de Bijlmerweide niet alleen doorgangsgebied is voor de ringslang maar inmiddels ook voortplantingsgebied. Het Meetnet Reptielen is een langlopend monitorproject van de Ravon Werkgroep Monitoring in samenwerking met / met subsie van het Centraal Bureau voor de Statistiek, het Expertise Centrum-LNV en de Universiteit van Amsterdam.