Een nieuwkomer is het zeker. Waarschijnlijk zijn er enkele dieren losgelaten in of rond 1976 in het Vondelpark. Geholpen door regelmatig bijvoederen hebben deze nieuwelingen een gemakkelijke start gekregen. Het duurde nog wel tot de jaren negentig voordat de dieren de stadsgrenzen overstaken. Nu heeft de groep zich uitgebreid tot een echte Amsterdamse kolonie. Maar er zijn meerdere kolonies. Rond Den Haag leven zelfs meer individuen dan in Amsterdam, bleek uit landelijke tellingen in 2004. De grootste populatie werd aangetroffen in Voorburg: 3200 dieren. De Amsterdamse populatie werd geschat op ongeveer 2000 dieren en ook in Rotterdam werden enkele honderden dieren geteld. Daarmee is Nederland zeker niet uniek. Ook in Berlijn en enkele ander Duitse steden, in Zuidoost Engeland en België worden deze parkieten gezien. Brussel kent waarschijnlijk de eerste en grootste populatie, zo’n 7000 individuen!

Overnachten doen ze meestal in grote groepen in hoge bomen in of rond de binnenstad. In Amsterdam bijvoorbeeld op de Oosterbegraafplaats, landgoed Frankendael en in hoge bomen vlak naast de Utrechtse brug. Bij Rotterdam, in de Spaanse polder, overnachten honderden parkieten tezamen met kauwen. In de bossen (bijvoorbeeld in Drente, Overijssel of de Veluwe) zullen we ze niet aantreffen, het zijn dus echte stadsbewoners.
Ook in hun natuurlijke omgeving komen ze voor rond steden en parken maar ook rond landbouwgebieden en licht beboste omgeving. Oorspronkelijk komen ze voor in Afrika onder de wetenschappelijke naam: Psittacula krameri (Scopoli, 1769) en in Azië als Psittacula krameri manillensis , de Indische halsbandparkiet. Voedsel is geen probleem; ze eten zaden, granen, vruchten, bloemen en nectar. Iedereen die in de winter appels, pinda’s en vetbollen in de tuin hangt zal er parkieten bij aantreffen. In de winter schijnen ze ook de olierijke knoppen van kastanjes te eten. Dat deert de boom weinig, want na beschadiging of vernietiging van knoppen worden gewoon nieuwe aangemaakt zodat de boom in het voorjaar normaal uitloopt. Er wordt aangenomen dat de vogels monogaam leven, dus een paar vormen voor het leven. Let op: alleen de mannetjes hebben een rood ‘halsbandje’. Ze nestelen bij voorkeur in holtes in oude bomen. Het invlieggat moet 11cm groot zijn, de holte moet ook nog groot genoeg zijn voor twee dieren en zich bij voorkeur op een behoorlijke hoogte van minimaal 3 meter bevinden. Veel genoemd zijn oude spechtholen, maar ook zijn nesten gevonden in holtes onder daken en in muurholtes. 16 Alleen het vrouwtje broedt de drie tot vijf eieren uit. In Amsterdam broeden waarschijnlijk zo’n tweehonderd paren. Er wordt regelmatig beweerd dat de parkieten o.a. spechten en kauwen verdringen omdat ze gelijke eisen stellen aan omgeving, voedsel en broedplaatsen.

Het Centrum voor Milieu-wetenschappen (CLM), Universiteit Leiden, onderzocht dit in 2005 en concludeerde: “dat in de drie gebieden waar de Halsbandparkiet, Grote Bonte Specht en Kauw samen voorkomen, een toename van de Halsbandparkiet samengaat met een toename, en niet de verwachte afname, van de Grote Bonte Specht of Kauw. Ook is de aantalontwikkeling van de Grote Bonte Specht in de gebieden met en zonder Halsbandparkiet niet verschillend. Kortom, de Halsbandparkiet is een toenemende soort in zijn kerngebieden, waar concurrentie met vooral de Grote Bonte Specht als probleem wordt genoemd. Gebiedsvergelijkingen leveren echter nog geen bewijs op voor een negatieve invloed van de aanwezigheid van halsbandparkieten Ook de gemeente Leiden heeft onderzoek gedaan naar de concurrentie met spechten, ook daar broeden zelfs spechten in dezelfde boom tegelijk met de parkieten. Dus geen aanwijzingen voor verdringing!"

Als de kolonie verder wil uitbreiden doemt er toch een probleem op; niet de strenge winters en ook geen gebrek aan voedsel, nee…. er zal gebrek aan nestelruimte gaan ontstaan binnen de stadsgrenzen (er zijn nou eenmaal niet al teveel grote, oude bomen met voldoende gaten). Daarom zullen de parkieten ook buiten de stadsgrenzen broedgelegenheden moeten gaan zoeken!

Als we op de vogelgeluiden in de buurt af gaan, lijkt het soms wel of er alleen maar parkieten rondvliegen, maar dat is schijn! Kijk maar naar het hierna volgende staatje. Binnen de stadsgrenzen van Amsterdam leven:

  • 152 soorten broedvogels
  • 34 soorten zoogdieren
  • 66 soorten vissen
  • 36 soorten vlinders

Bronnen: Stadse Beesten. Remco Daalder. Uitgeverij Bas Lubberhuizen.