In februari sprak ik verschillende mensen die 's avonds een uil hoorden roepen. Ik stapte toen een keer rond 20.00 uur naar buiten en hoorde voor het eerst ook de uil; duidelijk een bosuil. Een lang en bibberend 'oehoeoe'. Daarna hoorde ik hem bijna iedere avond.

Het is het bekende geluid dat ook veel in nachtscènes van films en televisieseries wordt gebruikt. Dit kenmerkende geluid wordt alleen door het mannetje geproduceerd en dient om in contact te komen met eventueel aanwezige vrouwtjes. Zij antwoordt met een schel ´kriek´. Het geroep dient tevens als waarschuwing aan andere mannetjes: territorium bezet!
Uilen komen niet vaak in een nieuw gebied, ze blijven het hele jaar én hun hele leven in hun eigen territorium. Alleen de uitvliegende jonge dieren moeten op zoek naar een nieuw gebied of vullen een plek op van een onlangs gestorven exemplaar. De bosuil is vooral een Europese uil. Naast Europa komt hij nog voor in een deel van het Midden-Oosten en naar het schijnt ook ten noorden van India, richting China.

Mede door het ophangen van nestkasten gaat het niet slecht met de bosuil in Nederland. De vogelbescherming schat dat er ongeveer 5.000 broedparen zijn in Nederland, uiteraard vooral in bosrijke gebieden. De Veluwe, de Achterhoek, Drenthe, de Peel, de Utrechtse heuvelrug en de duinen zijn goed bezet. Daarentegen komen ze (bijna) niet voor in grote delen van Friesland, Groningen, Noord-Holland en Flevoland. Maar ze komen wel steeds vaker voor in parkachtig gebied. Als er voldoende oude bomen staan, is de kans groot dat een uilenpaar zich er vestigt. Vandaar dat de Bijlmerweide een geschikt gebied voor ze is (geworden). Ik heb de afgelopen jaren al wel een paar keer een uil zien overvliegen in het Gaasperplaspark, dus misschien is het een uitgevlogen jong dat nu de Bijlmerweide heeft ontdekt. Het zijn zeker niet de eerste uilen die hier zijn. In de vorige eeuw hebben ransuilen hier ook gebroed, ergens in de buurt van de manege. Maar ransuilen maken niet dat kenmerkende geluid dat nu bijna iedere avond is te horen.

Bosuilen hebben geen oorpluimpjes, zoals ransuilen, maar dat is lastig vast te stellen. Om uilen te zien te krijgen is wat kennis en veel geluk noodzakelijk. Overdag houden ze zich vaak op tussen de klimop die langs de bomen groeit of in holtes en tegen dikke takken. Meestal verraden ze zich door een dikke laag witte uitwerpselen. Kijk dus vaker op de grond dan in de bomen om hun vaste roestplaats te ontdekken!

De bosuilen worden pas wakker tegen de schemering en gaan dan op jacht tot laat in de nacht. Natuurlijk hebben ze bijzonder goede ogen en een heel scherp gehoor om 's nachts hun prooi te lokaliseren. Ze eten zo'n beetje alles wat ze te pakken kunnen krijgen. Bij voorkeur muizen, maar ook vogeltjes, kikkers en padden en grote insecten als kevers en zelfs wormen. Uiteraard wisselt het menu per seizoen. Uilen zijn ook echte nestplunderaars en als ze meer vangen dan ze eten, leggen ze op het nest gewoon een voorraadje aan. De prooi wordt in zijn geheel verslonden, dus met haren en botten. Door hun scherpe maagsappen kunnen uilen bijna alles verteren. De restanten worden in de vorm van ´braakballen´ uit hun maag verwijderd. Mocht je een roestplaats van uilen hebben gevonden, dan kun je er ook de braakballen vinden. Die geven goede aanwijzingen van wat er zoal op het menu heeft gestaan.

De uilen zijn vroege broeders, al in maart leggen ze drie tot zes eieren. Dat aantal hangt af van het voedselaanbod in de winterperiode (dus veel voedsel zorgt voor een groter legsel). Pas na een maand komen de eieren uit, dus de uilskuikens worden vanaf april gevoerd. Het mannetje vangt bijna alle prooien en mevrouw wacht dan in de buurt van het nest om de 'boodschappen' in ontvangst te nemen. Daarna voert zij de jongen. In het begin voert ze alleen de zachte delen, maar naarmate ze ouder worden, volgen grotere brokken met botten en al. Later, als de jonge dieren wat groter zijn en dus meer voedsel nodig hebben, helpt zij ook mee jagen.
Na een week of vijf, zes verlaten de jongen het nest en gaan dan op takken in de buurt van het nest zitten, soms vliegen ze ook kleine stukjes. Dan worden ze ´takkelingen´ genoemd. Goede kans dat we de komende zomeravonden ook het gebedel om voedsel van de jongen gaan horen. En dat voeren gaat nog lang door, tot ver in de zomer, want de jongen blijven nog maanden bij de ouders. Uiteraard is er maar één broedsel per jaar.

Uilen zijn slordige nestenbouwers. Meestal gebruiken ze een holte, een oud en verlaten kraaiennest, een nestkast of iets dergelijks en bekleden dat een beetje met uitgeplozen braakballen. Ze zijn wel weer erg trouw; een paartje sluit een relatie voor het leven.
Dus een goed huwelijk is niet afhankelijk van een mooi huis (bij uilen, bedoel ik).