Als fotograaf lijkt me dit een prima titel voor een regelmatig terugkerend stukje waarbij ik van mijn schrijvende collega’s de gelegenheid krijg om wat tekst bij mijn foto’s te plaatsen. Vorige keer schreef ik over last van zwerfvuil, nu over last van eksters. Niet onze last, maar hoe onze kleinste gevederde vrienden daar last van hebben!

Al langere tijd kopen we bij de 18 Petshop strengen met pinda’s en vetballen om de vogeltjes de winter door te helpen. Vorige winter ging alles goed, maar aan het begin van de lente kregen twee eksters ons voortuintje in de gaten en deden zich gulzig tegoed aan dat eten dat eigenlijk voor die kleintjes bedoeld was: de mussen, koolmezen, pimpelmezen, roodborstjes en geelgorzen, merels en wat dies meer zij. Die grote slimme eksters jagen de kleintjes weg en we verdenken ze ervan ook achter wat jong gebroed aan gezeten te hebben, de nestellende merels hebben zich niet meer laten zien. Deze herfst bleven de eksters aanvankelijk weg maar ze zijn nu nadrukkelijk terug. Tegenhouden kunnen we ze niet en willen we ook niet, maar het moet niet ten koste gaan van de kleintjes. Dat het mis ging bleek, toen op een dag zomaar de bovenste helft van de lange pindastreng leeg was. En een van de kleine vetballen had een paar dagen na het ophangen alleen nog een leeg groen netje. Wat doen die rakkers? Ze pikken het rode pinda-netje en het groene vetbol-netje stuk en gaan rustig op de grond de naar beneden gestorte pinda’s en vetresten oppeuzelen.

Lang heb ik gedacht aan een of andere constructie waar de kleintjes wel bij kunnen maar de grote vogels niet. Ik kwam er maar niet op. Tot ik een musje tussen de grove mazen van het groene hekkengaas zag wippen. Wij hadden nog een stuk ongebruikt gaas staan en daar heb ik met de hand een soort omheining van gebogen. Zeg maar een wat hoekige cilinder. Ik vond een oude plastic deksel van een opbergbak en die heb ik als bovenkant gebruikt. De bevestiging deed ik met bindbandjes, na in de deksel met een gatentang (eigenlijk voor leer) rondom wat gaten te hebben gemaakt. Aan de onderkant heb ik het gaas omgebogen en met wat restjes ketting dichtgemaakt. In het deksel precies in het midden een gaatje om de pindastreng in vast te maken en het geheel mee aan een tak te hangen en klaar. Ik strooi ook af en toe wat vogelzaad op de grond en kan dat nu ook op het deksel doen. Het werkte meteen, maar anders dan verwacht. De eksters komen niet eens in de buurt van het gaas, het is ze kennelijk duidelijk dat ze toch niet bij het lekkers kunnen komen. De mezen waren er wel meteen bij, het roodborstje komt ook af en toe en vandaag zat er een geelgors maar mussen, toch van het zelfde formaat als de mezen, komen er NIET in! Nu komen die toch wel aan hun trekken, want de mezen pikken, soms met vier tegelijk, naar hartenlust in de pinda’s en de kleine stukjes die ze daarbij in het rond strooien worden dankbaar door de mussen van de grond gepikt. De merels vinden het begroeide stuk op de grond veel leuker. De afgevallen boomblaadjes laat ik daar liggen zoals in een goed advies van Esther de Winter stond, in het decembernummer van het Info Bulletin 2006. Je ziet ze met hun snavel al die blaadjes omgooien en regelmatig is het bingo, hap! En zo is de herfsttuin een plezier voor de vogels, en zijn de vogels een plezier voor ons. Vanuit dat perspectief dus.

Bas Stekelenburg