Het vorige artikel ging over de ekster en het negatieve sentiment rond die vogel. Ik wilde laten zien dat niet alles is wat het lijkt. Bij de geliefde tuinvogeltjes die als (vermeende) eksterslachtoffers werden opgevoerd (mezen en merels) ben ik een belangrijke tuinvogel vergeten te noemen: het roodborstje.

Fauna roodborstje
Het roodborstje is nota bene het op vier na meest voorkomende vogeltje in Nederland. De populatie wordt geschat op meer dan 1 miljoen. Uiteraard komt dit leuke vogeltje niet alleen in onze tuinen voor, maar kunt u hem op bijna alle plaatsen aantreffen. Zowel in dichte bossen, duinen en heidegebieden als in stadsplantsoenen, nieuwbouwtuintjes en zelfs in het stadscentrum. Bij hun verspreiding in Nederland valt wel op dat ze een voorkeur hebben voor zandgrond. Ze komen meer voor in de duinen, op de Veluwe, de Utrechtse heuvelrug, Brabant en Drenthe dan in de polders. Hoewel stadstuinen ook duidelijk in de smaak vallen.
Ze blijven wel afhankelijk van struiken en ander groen, voor de veiligheid, voor voedsel en voor nestelgelegenheid.

Met hun dunne snaveltjes zijn het echte insecteneters en ze vormen dus geen concurrentie voor mussen en vinkachtigen, die voornamelijk van zaden leven. Omdat ze meestal rondscharrelen tussen struiken en op de grond laten ze zich niet zo gemakkelijk zien als mussen en merels. Maar er is wel een belangrijk verschil met alle andere vogels uit de buurt: ze zingen bijna het hele jaar rond. Misschien heeft u wel eens 's nachts of 's avonds laat een vogel horen zingen, ook in dit jaargetijde en zelfs midden in de winter: vast en zeker een roodborstje!
Ze hebben een lief en schattig voorkomen, maar dat is slechts schijn. Ieder roodborstje is een echte vechtjas, die concurrenten fel verjaagt. Ze verdedigen een flink territorium en - erg opmerkelijk - ook de vrouwtjes zingen. Hun territorium is meestal zo'n 7000 vierkante meter groot (zeg maar 70 x 100 meter). Dat betekent grofweg dat in iedere straat maar 1 roodborstje kan wonen. Paartjes zult u zelden zien. Ieder diertje, ook in de paartijd, verdedigt zijn of haar eigen territorium.
De meeste roodborstjes trekken tegen de winter in zuidelijke richting, niet al te ver; meestal is de eindbestemming Spanje. Daar moeten ze dan wel een plekje veroveren tussen de reeds aanwezige roodborstjes, want de dieren daar trekken niet weg. Dat betekent dat de roodborstjes die we hier nu horen zingen uit Scandinavië afkomstig kúnnen zijn. Er zijn namelijk ook dieren die gewoon blijven. Meestal zijn dat de volwassen mannetjes die al hebben gebroed en hun territorium niet willen opgeven. Als de omstandigheden in de winter erg slecht worden, dan schakelen ze tijdelijk over op bessen en eventueel zaden.
Uiteraard passen deze vogeltjes zich redelijk gemakkelijk aan de omgeving aan, daarom komen ze voor van Scandinavië tot ver in Rusland en ook in Noord-Afrika en het Midden- Oosten.
Zoals alle vogels broeden ze in het voorjaar en dan niet in nestkastjes, zoals mussen en mezen, maar in een zelf gemaakt nestje in dicht struikgewas vlak boven de grond. In onze buurt zal dat vaak tussen dichte klimopstruiken zijn. Het is niet alleen opmerkelijk dat de vrouwtjes zingen, ze bouwen ook nog eens hun eigen nestje! Het mannetje probeert het later goed te maken door haar overvloedig van voer te voorzien als zij zit te broeden. Als er een tweede nestje volgt, zal het mannetje het broedende vrouwtje en de net uitgevlogen jonkies van voer voorzien.
Er is nog een opmerkelijk verschil met de andere tuinvogels: het roodborstje wordt gemiddeld wel dertien jaar. En dat is ouder dan de meeste merels, mezen en mussen.
Als u deze winter de vogels voert met vetbolletjes of via een voedertafel, zult u zien dat roodborstjes meestal daaronder op de grond hun kostje bij elkaar scharrelen.
Zoals ik al zei: ze lijken heel bescheiden........

Ik wens u prettige feestdagen en de vogels (én u) een milde winter.