Geerdinkhof is gesitueerd tussen veel groen en water, en veel tuinen hebben een tuinvijver of grenzen aan het water. Kikkers zijn dus niet zeldzaam in onze buurt. We kunnen hier twee kikkersoorten tegenkomen: De groene kikker (Rana esculenta) en de bruine kikker (Rana temporaria).Hoewel de namen erg op elkaar lijken verschillen de twee kikkers behoorlijk van elkaar, zowel in uiterlijk als gedrag. Beide kikkers bent u vast wel eens tegen gekomen.

In de zomer is bijna iedere middag, maar vooral in de avond en nacht het luide kek-kek-kek te horen van de groene kikker. Dit dier zit langs de waterkant of drijft aan het oppervlak van bijna iedere sloot rondom onze huizen. Zoals de naam al verraadt is ie voornamelijk groen gekleurd met meestal een lichte streep over de rug. Verder verkleuren ze van zeer donker als ze op de oever zitten op de modder, naar lichtgroen als ze drijvend in het water in de zon liggen.Deze soort komt meestal pas laat uit de winterslaap, ergens in april of mei. Pas vanaf half mei beginnen ze te kwaken en dat vaak de hele zomer door. De eieren (kikkerdril) verschijnen pas in de zomer en de larven hebben vaak te weinig tijd om te metamorfoseren (het aangroeien van pootjes en het verruilen van kieuwen voor longen) zodat ze moeten overwinteren in de modder van de sloot, net zoals de ouders dat doen trouwens. Voordeel is dat ze na een jaar wel een stuk groter zijn dan de meeste andere kikker- en paddenlarven. Zo laat als deze soort uit de winterslaap komt, ze vlot zijn ze ook weer verdwenen. Als dit bulletin verschijnt zijn ze meestal al in diepe rust!
In tegenstelling tot zijn groene neef is de bruine kikker al heel vroeg in het jaar in de weer. Meestal in maart en soms al in februari is dit dier actief, niet alleen in de sloten rondom onze wijk, maar ook in bijna alle tuinvijvers. Zij zorgen voor die grote klompen kikkerdril die u vast wel eens bent tegengekomen. Het afzetten van deze eitjes en het paringsritueel verloopt echter bijna geruisloos. Hooguit hoort u in de buurt van de vijver een zacht geknor vanonder het wateroppervlak. Deze soort zal nooit luid kwakend te zien of te horen zijn. Als de groene kikker ontwaakt uit zijn winterslaap heeft zijn bruine neef het hele voortplantingsritueel er allang op zitten en kruipt alweer door de tuin. Want dat is het volgende grote verschil: het is deze soort die u bij het grasmaaien of onkruid verwijderen kunt tegenkomen. Regelmatig loop ik ’s avonds met een zaklamp door mijn tuin en onder gunstige omstandigheden (na een regenbui bijvoorbeeld als het niet te koud is) tel ik soms wel 7 of 8 bruine kikkers.

Blijft de groene kikker altijd in of aan het water, de bruine hipt en kruipt voortdurend door plantsoenen en tuinen. Alleen als het langdurig warm en droog blijft kruipt hij diep weg of zoekt dan ’s avonds wel eens het water op. Hun larfjes zwemmen in april overal rond en eten zich rond aan de algen in uw tuinvijver en afhankelijk van voedselaanbod en temperatuur kruipen ze in juni of juli uit het water om daar pas veel later weer terug te keren. Zowel de jonge kikkertjes als de volwassen dieren gaan pas laat in winterslaap en als het helemaal niet koud wordt kun je ze ook in de winter, tijdens natte periodes, gewoon tegenkomen. Net als de groene kikkers zoeken zij ook de modder op van vijvers en sloten om te overwinteren.

Omdat ze dat vaker doen in ondiepe en zelfs erg ondiepe watertjes vallen er regelmatig veel dodelijke slachtoffers tijdens een late of strenge vorstperiode. Ook het voortdurend rondstruinen over het land is aanzienlijk gevaarlijker dan veilig in het water duiken bij onraad. Gelukkig compenseren zij dat ieder jaar met een enorme hoeveelheid eitjes.
Samen met de larfjes van de gewone pad (Bufo bufo) zorgen ze ieder voorjaar voor een geweldig feestmaal voor vissen, salamanders en andere waterrovers. Ook als al die ukkies ‘s zomers het land op kruipen worden ze massaal gegeten, o.a. door allerlei vogels. Nog een verschil: De groene springt naar alles wat over het wateroppervlak kruipt en vliegt, zelfs enorme libellen, kevers, maar ook kleinere kikkers worden geconsumeerd. Kortom alles wat in zijn bek past. De bruine zoekt naar kruipende prooien tussen de planten en onder uw heg. Daar eten ze voornamelijk torretjes, wormen, pissebedden en dergelijke, meestal bescheiden prooien dus. En natuurlijk dankt de bruine zijn naam aan zijn kleur, maar die kan wel enorm variëren. Van gelig gevlekt tot bijna zwart af zelfs groen.
Volgens mij zijn de Engelse en Duitse namen veel duidelijker: Wat wij de groene kikker noemen wordt daar poolfrog of wasserfrosch genoemd en wat wij de bruine kikker noemen wordt daar common frog of grasfrosch genoemd. Logischer namen, maar ja, dat geldt weer niet voor veel andere Engelse en Duitse taalgebruiken, dus houden we het maar gewoon bij de groene en bruine kikker.
Allebei vormen ze een onmisbare schakel in de ecologie van vochtige gebieden. Zelf eten ze natuurlijk een aanzienlijke hoeveelheid insecten, maar vormen ook weer voedsel voor veel vogels (o.a. reigers!) vissen en andere rovers. Dat geldt zeker voor al die duizenden dikkopjes ieder voorjaar.