Ieder najaar, wanneer de temperatuur daalt, bewegen de muizen weer richting de huizen. Vandaar die naam.
Dat wil niet zeggen dat je ze in de zomer niet binnenshuis kunt tegenkomen, maar in de winter zijn ze gewoon talrijker. En geef ze eens ongelijk! De mensen zetten alles klaar voor de muizen, ze zorgen voor voedselvoorraden in kasten, schuren, keukens en bijkeukens. De kachel staat meestal aan en holletjes zijn overal te vinden: onder de kast, tussen het plafond, achter een plint, in de piano, kortom plaatsen te over. Het huis binnenkomen lukt ze ook prima: gewoon door een openstaande deur of raam, via een tussenmuur, verlaagd plafond, kruipruimte enz. Ze zullen een lekker nestje bouwen van alle beschikbare materialen die ze tegemkomen. Papiersnippers, karton, textiel, daarvan is in ieder huis voldoende te vinden.

Als de temperatuur buiten weer behaaglijker wordt verhuizen ze weer massaal de andere kant op, samen met hun nakomelingen.
En dat kunnen er heel wat zijn; een rekenvoor-beeldje:
Eén muizenstelletje brengt gemiddeld 8 nesten per jaar voort. Zo’n nest bestaat meestal uit 4-12 jonkies, dus reken op 8 gemiddeld. Dat betekent 64 jonge muisjes per jaar en die worden maximaal drie weken gezoogd. Daarna worden ze het holletje uit gestuurd omdat moeder meestal weer zwanger is, want regelmatig zoogt ze een nest en is zwanger tegelijk.
Ook niet onbelangrijk: de jonge muisjes zorgen zelf na 8 weken ook weer voor nakomelingen. Dus dan wordt dit muizenstel al weer opa en oma na een week of elf (want drie weken zwangerschap) en nog eens 11 weken later alweer overgrootouders enz.
Dit allemaal onder gunstige omstandigheden natuurlijk. In tijden van kou en honger valt de voortplanting tijdelijk stil. Om die productie te bereiken voorzien wij ze natuurlijk van voldoende voedsel. Muisjes zijn alleseters dus is dat niet moeilijk. In de natuur eten ze voornamelijk granen, zaden en nootjes maar ook insecten en hun larven. Zoals ieder dier proberen ze zoveel mogelijk eiwitrijk en vet voedsel te bemachtigen en natuurlijk is juist dat voedsel in onze huizen massaal aanwezig. Zo’n muisje eet maar 3-4 gram per dag, dus een boterham, een koekje, een stukje kaas of zoiets betekent volop voer voor het hele gezin voor enkele dagen!
Omdat ze veel water uit het voer zelf halen hoeven ze maar weinig te drinken. Gelukkig kennen muizen ook veel vijanden: Bijna alle roofvogels, maar vooral uilen en torenvalken, ook vossen, wezels en hermelijnen, maar de belangrijkste is waarschijnlijk de huiskat.

Binnenshuis hoeven ze alleen de laatste te vrezen, maar ook de bruine rat. Ze komen bijna nooit samen voor omdat de rat alle muizen zal uitroeien.
Veel ouder dan anderhalf jaar zullen ze niet worden, maar dat halen ze meestal niet.
Muizen hebben een enorm aanpassingsvermogen (daarom is het natuurlijk een succesvol dier!) Ze kunnen zo’n beetje overal leven, van de noordpool tot de tropen, middenin het bos, maar ook in droge woestijnen of op hoge bergen.
Maar als er mensen wonen is het altijd een makkie. Ongemakken kunnen de muizen wel geven omdat ze meestal door de verpakkingen heen knagen en zo de rest van de inhoud kan gaan rotten, ook omdat ze er uitwerpselen in achterlaten.Verder kunnen ze salmonella verspreiden, maar een belangrijke ziekteverspreider is de muis niet. Bij regelmatige overlast kun je natuurlijk een muizenvalletje zetten, maar kies je voor een val waarin de muis blijft leven, check die dan meerdere keren per dag omdat een muis na 24 uur zonder voer of water vrijwel zeker is overleden. En dan is de ouderwetse ‘klapval’ een stuk humaner dan een langzame dood door dorst en honger! Naast de huismuis kom ik in mijn tuin ook wel spitsmuisjes tegen. Die zijn nog een slag kleiner. Dit zijn echter pure insecteneters die je binnens-huis nooit zult vinden. Ook de voortplantings-snelheid ligt een stuk lager. Daarnaast komen er nog woelmuizen, veldmuizen, aardmuizen, bosmuizen en nog een legertje andere soorten voor in ons land.

Maar om die soorten te zien moet je echt je best doen, in tegenstelling tot de huismuis, die komt gewoon langs wandelen. Moet je wel rustig blijven zitten en niet in paniek op je stoel springen!