Ieder voorjaar, in mei, zo ongeveer de tijd dat alle struiken en bomen net in het blad zitten zien we weer dat ‘rare’ verschijnsel. Hele struiken en zelfs grote bomen blijken binnen enkele dagen helemaal ingepakt te worden met een dik spinsel of spinrag. Zoals we in de kranten en op het journaal hebben kunnen zien blijken zelfs onder de bomen geparkeerde auto’s binnen een nacht helemaal ingepakt te worden met dat witte spinsel.

De oorzaak van dit verschijnsel zijn eigenlijk maar kleine diertjes; de rupsen van de Stippelmot of Spinselmot(Hyponomeuta padellus). Zo’n stippelmotje is ook maar een klein vlindertje van ongeveer 1 centimeter, dat ’s nachts rondvliegt. Ongeveer in juli begint het leven van het stippelmotje. Dan kruipt-ie uit z’n pop dat nog werd beschermd door het spinsel van al die rupsen.
De vlindertjes zoeken een partner gedurende de zomer en in het najaar leggen zij telkens enkele tientallen eitjes op takken van hun voorkeursboom. Daarna gaan ze dood.

Er zijn allerlei soorten stippelmotten, afhankelijk van hun voorkeursboom of struik (wilgenstippelmot, vogelkers-stippelmot, meidoornstippelmot enz). Ze overwinteren in het eitje, waarin ze een klein gaatje hebben gemaakt en als groepje eitjes hebben ze alvast wat spinsel geproduceerd rondom de eitjes.

Pas in mei zullen ze het spinseltje verlaten om aan de nieuwe blaadjes te gaan knagen. Tegelijkertijd spinnen ze steeds meer draden en omdat er vaak honderden of zelfs duizenden rupsjes tegelijk eten en draden produceren wordt in korte tijd de hele struik of boom ingesponnen. Als alle blaadjes zijn opgepeuzeld verlaten de rupsen de boom om verderop te gaan knagen. Dat doen ze door zich aan zelf gesponnen draadjes naar beneden te laten zakken. Als onder die boom nu net een auto staat (of een verkeersbord, een bankje of een bushokje) dan kan die zelfs helemaal onder het spinsel komen. Met een beetje geluk waait het zodat het rupsje, hangend aan zijn draadje, gemakkelijk een belendende boom of struik kan koloniseren. Gelukkig is er maar 1 generatie per jaar, in tegenstelling tot veel ander vlindersoorten die wel twee of meer generaties per jaar voortbrengen. Dat is vooral goed voor de boom of struik die helemaal is kaalgevreten. Deze zal opnieuw blaadjes produceren en na een maand is er van al dat spinsel en die kale takken niets meer te zien! Kijk maar eens om u heen als u naar buiten stapt; nergens zijn meer witte kale struiken of bomen te bekennen. De rupsen verpoppen tussen al dat spinsel ergens in juni en vliegen enkele weken daarna uit en de bomen herstellen vanzelf. Dat is ook de reden waarom de meeste gemeenten geen maatregelen nemen tegen deze ‘plaag’. Het gaat vanzelf over, de rupsen zijn absoluut ongevaarlijk en de motjes natuurlijk ook.

Maakt u zich dus geen zorgen, niet voor de boom, maar ook niet voor uzelf (het betreft zeker geen Eikenprocessierups). Het spinsel dient vooral om zich te beschermen tegen vogels en andere vijanden. Als u toch gif wilt spuiten tegen de rupsjes dan zal dat alleen effect hebben voordat al die spinsels zijn geproduceerd. Gif spuiten over het spinsel heeft weinig zin.
Het zelfherstellend vermogen in de natuur is vaak verbazingwekkend.