Naast tsjilpende mussen en zingende merels, roepen de koolmezen het echte voorjaarsgevoel op. Iedereen kent ze toch?
Een gele buik met zwarte stropdas en een zwart petje. Zoals de naam al aangeeft (major) is het de grootste mees uit de familie. De hele winter zijn ze al actief in en rond onze tuinen. Altijd present bij vetbolletjes en voedertafels en ook altijd zoekend naar nestgelegenheid.

Cultuurvolger

Oorspronkelijk is deze mees een bewoner van holletjes in bomen, maar ik denk dat de moderne koolmees niet meer zonder onze nestkastjes kan. Samen met de mus, de spreeuw en de merel is het een echte cultuurvolger geworden, hoewel ook bossen en andere dunbevolkte gebieden door deze soort worden bewoond. Daarbij komt het vogeltje in heel Europa voor en is het een echte standvogel. Met een kleine uitzondering: de koolmezen van Noord Scandinavië bewegen in strenge winters wel degelijk zuidwaarts. Het zou dus best kunnen dat de mezen die u in de winter in bossen tegenkomt vanuit het noorden hierheen zijn gekomen. Waarschijnlijk zijn de mezen in en rond onze wijk dezelfde die wij ook in de zomer zien.

Broedtijd

De broedtijd van de koolmezen luistert erg nauw. Als zij een nestkastje in bezit nemen en het vrouwtje in enkele dagen tijd meestal rond de tien eitjes legt, moet het mannetje voldoende voedsel kunnen vinden voor zijn broedende echtgenote en zichzelf. Dat voedsel bestaat in die periode vooral uit rupsjes, verzameld in allerlei bomen en struiken. Op het moment dat de jongen uit het ei kruipen, na twee weken broeden, moet het geschikte voedsel in ruime mate voorhanden zijn.
Dit is de laatste jaren wel eens mis gegaan; door de warme winters is de koolmees steeds vroeger gaan broeden. Met als gevolg dat de jongen verhongerden omdat op dat tijdstip nog onvoldoende rupsen beschikbaar zijn. Er zal de laatste jaren wel een correctie hebben plaats gevonden en een tweede broedsel is ook geen uitzondering. Hoe dan ook, er zijn nog voldoende koolmezen en ze willen echt overal broeden! Behalve van onze nestkastjes maken ze ook gebruik van allerlei andere mogelijkheden zoals brievenbussen, kunstwerken en andere niet voor mezen bestemde voorwerpen.

Broedplek

Op internet trof ik leuke foto’s van broedende koolmezen in de loop van een antiek kanon, in een aluminium buis, in een asbak aan de buitenmuur en in een terracotta pot.
In mijn tuin hebben ze ook voor een kunstwerkje gekozen. Een betonnen beeldje van een krokodil in de voortuin. Op de foto’s kunt u dat zien. Via de geopende bek van de krokodil klimmen ze naar binnen, waar ter hoogte van de buik de jongen worden gevoerd.Na twee weken broeden komen de eitjes uit en weer drie weken later vliegt het hele gezin in een keer uit. Dat gaat natuurlijk ook wel eens mis. Zo vliegen de jonkies soms direct de keuken binnen of storten tijdens de eerste vlucht in de tuinvijver. Daarnaast zijn alle eksters in de buurt zeer alert en vergeet onze huiskatten niet (zie kader).

Gulzigste roofdier

 

De Britse zoogdierorganisatie The Mammal Society organiseerde in 1997 een uitgebreid onderzoek onder duizend kattenbezitters, verspreid over stad en platteland, die vijf maanden moesten turven met hoeveel en welke prooi hun huisdier thuiskwam. Het aantal bedroeg gemiddeld 37 per kat. Daarmee zouden omgerekend alle Britse poezen samen 250 miljoen slachtoffers maken.
Voor de 2,7 miljoen Nederlandse poezen zouden de cijfers neerkomen op minimaal negentig miljoen gedode beesten in vijf maanden. De dierenbescherming (beschermen ze nu wilde vogeltjes of katten? RW) adviseert de dieren een belletje om te binden om ze hoorbaar te maken voor vogels. Overigens droeg een derde van de Britse proefkatten een belletje, dus heeft dat middel vermoedelijk weinig effect.

 

Aldus de Volkskrant: Nederlands gulzigste roofdier is de poes”, Jeroen Trommelen op 27 april '02, bijgewerkt 20 januari '09

Ondanks al deze gevaren zijn er voldoende koolmezen die veilig het gezinnetje grootbrengen. In de winter eten ze mee van zaden, nootjes en vet en in de zomer leven ze voornamelijk van insecten, vooral rupsen. Dit is het belangrijkste opfokvoer voor de jonge meesjes.

Genen


Enige jaren geleden las ik een vermakelijk artikel over koolmeesjes in de Volkskrant. Op een Belgisch landgoed broedden twaalf paartjes in twaalf nestkasten. Enkele biologen deden onderzoek naar voortplanting en partnerkeuze van de mezen en ontdekten dat de vrouwtjes vreemdgingen met de buurman. En wel alle (!) twaalf vrouwtjes met twee favoriete buurmannen. Hoewel alle twaalf huwelijken in stand bleven en ze allemaal hun jongen grootbrachten vroegen de biologen/onderzoekers zich af of de kinderen wel van de eigen echtgenoten waren of misschien toch van de twee populaire buurmannen? Het jaar daarop werd het onderzoek uitgebreid. Nu werden alle dieren tenminste 1 keer gevangen en werd er wat bloed afgenomen voor een dna-fingerprint. Enkele weken later werd van alle jonkies in alle nestkasten ook wat bloed afgenomen. Het bleek dat in elk nest een gemengde populatie aanwezig was, dus een deel van de jongen was van de ‘eigen’ echtgenoot (30%) en een deel van de ‘macho-buurman’ (70%).

Kortom, de twee populaire mannetjes verspreiden hun genen rijkelijk en lieten hun vele kinderen gewoon door de andere mannetjes grootbrengen. Daarna volgde nog een discussie of de mannetjes op de hoogte zouden zijn van de afkomst van ‘hun’ kroost. Als ze niets vermoeden brengen ze de kinderen gewoon groot natuurlijk, maar als ze wel vermoeden of weten dat de meeste kinderen van de buurman zijn waarom zouden ze dan nog meewerken aan het grootbrengen? Wel, omdat hij niet weet welke kinderen van hem zijn en welke van de populaire buurman kan hij maar het beste alle kinderen voederen, dat is de enige manier om in ieder geval een deel zijn eigen genen te verspreiden. Zo zie je maar dat er zelfs aan zulke algemene vogeltjes nog veel valt te ontdekken.

Na deze informatie kijk ik toch anders tegen die vrolijke fluitertjes aan…