Je zal toch paardenbijter héten, maar nog nooit van je leven je tanden in zo’n beest hebben gezet! Dat onfortuin lijke lot deelt de paardenbijter met dieren als oorwurm en pissebed, beestjes die nog nooit in een oor zijn gekropen of in bed hebben geplast.

De paardenbijter is een libel en u kunt hem vanaf ongeveer juli op zonnige dagen in het park achter Geerdinkhof aantreffen: de minia tuurhelikoptertjes die boven gras- en rietlanden in de buurt van water patrouilleren. Op jacht naar mug gen, torretjes en ander rondvlie gend gespuis. U hoeft niet bang voor ze te zijn: ze bijten niet (de naam van de paardenbijter slaat nergens op) en ze steken niet (dat kúnnen ze niet eens), maar voor dieren van hun eigen grootte of kleiner zijn het genadeloze rovers.

Gewone oeverlibel
Om eerlijk te zijn: die paardenbijter heb ik vooral gekozen om een leuk beginnetje aan dit verhaal te ma ken. Veel vaker en vooral ook veel eerder (vaak al in mei) komt u de gewone oeverlibel tegen. In het voorjaar landen ze op zonnige dagen zelfs vaak op het asfalt van de voetpaden in het park, om even op te warmen (foto). Libellen zijn heel kieskeurig voor wat hun leefomgeving betreft en de aard van de begroeiing van de wat bredere sloten in ons park is precies wat een oeverlibel zoekt.
Mannetje en vrouwtje zien er heel verschillend uit, maar hun gedrag is hetzelfde, net als van alle andere libellen: al vliegend (soms een vaste route) rondspeuren naar iets eet baars. En in dat vliegen zijn het ware meesters. Ze zijn snel en wend baar (kunnen zelfs achteruit vliegen) en worden daarbij gehol pen door een stel uitstekende ogen, die bovendien een heel groot gezichtsveld hebben!

Juffertjes
Behalve als de hierboven beschre ven ʻhelikopters’ komen libellen ook in een andere verschijningsvorm en leefwijze voor. Dat zijn de water juffers. Waterjuffers zijn minder goe de vliegers en ze blijven (mees tal) veel dichter bij het water, al kom ik er elke zomer wel een paar tegen in m’n tuin (en ik woon op nr. 180, niet vlak bij water!). Bij een sloot kunt u ze tussen bijvoorbeeld rietstengels zien rondfladderen, maar vaak jagen ze ook vanuit een zittende positie. In ons park zult u ze minder vaak tegenkomen: de begroeiing van de sloten en de waterkwaliteit beantwoordt wat minder aan hun smaak.

Hij heeft de ogen van pappie!
Ja, die ogen - en dat is dan ook meteen ongeveer het enige waarin de ʻkindertjes’ van libellen op hun ouders lijken. Libellen zijn insecten en die hebben een gedaantever wisseling als ze opgroeien van baby naar volwassene. Denk maar aan rups en vlinder. Libellen leggen hun eieren in het water. En het diertje dat daar uit te voorschijn komt, doet onder water meteen wat z’n ouders boven water ook al deden: jagen. Die larven zien er echter heel anders uit. Ze be schikken onder andere over een vangmasker dat ingeklapt onder hun kop zit, maar dat ze met een ongelooflijke snelheid kunnen uit klappen. Geen prooi (kleine visjes, muggenlarven, eigenlijk: alles wat kleiner is dan zij) die daaraan kan ontsnappen. Die larven zult u waarschijnlijk nooit te zien krijgen, tenzij u met een schepnet aan de slag gaat.

Wie wat meer over libellen wil weten en zien, moet hier maar eens kijken.  Dat is een site met prachtige video's, uitsluitend over libellen en verzorgd door de Nederlandse Vereniging voor Libellenstudie. En als u even kijkt bij de ʻkorenbouten’ ziet u daar ook mannetje en vrouwtje van de gewone oeverlibel, zie nevenstaan de foto.
Aanbevolen!

Gerard Spruijt