Ja, een aantal mensen zal ongetwijfeld raar opkijken dat zelfs een slang wordt gerekend tot de fauna van Geerdinkhof, maar naast ondergetekende zijn er meerdere mensen in onze wijk die een of meer malen een ringslang hebben zien zwemmen of kruipen.
De ringslang is een echte slang, het is zelfs de grootste slang die we in ons landje kunnen tegenkomen. Veel mensen weten niet dat er in Nederland wel drie soorten slangen leven. Naast de ringslang kunnen we nog adders tegenkomen op de (liefst natte) heidevelden van de Veluwe, in Drenthe, Friesland en Limburg en gladde slangen in ongeveer dezelfde gebieden maar ook nog in de Peel. De adder en de gladde slang worden zelden groter dan 70 of 80 centimeter, maar de ringslang kan in ons land een lengte van ver over één meter bereiken. De ringslang is het enige reptiel in Nederland dat ook buiten beschermde natuurgebieden voorkomt.

Ringslangspotters
Zelf heb ik jaren (als vrijwilliger voor de afdeling Popula tiebiologie van de UVA) meegewerkt aan ringslangonder zoek langs het IJmeer en ik heb meermalen dieren ge vangen van 113 en 118 centimeter. In Diemen werd enkele jaren geleden de grootste vangst ooit gedaan: 126 cm. Minimaal tien keer per seizoen liep ik een vaste ronde en telde de ringslangen die ik vond. Tevens heb ik zoveel mogelijk foto’s gemaakt van de buiken van de slangen. Die bestaan namelijk uit een patroon van zwarte en witte schubben en dat patroon is uniek voor ieder dier, net als een vingerafdruk bij de mens. Ieder jaar ving en fotogra feerde ik tientallen dieren en door alle foto’s aan het eind van het seizoen met elkaar te vergelijken konden we de terugvangsten selecteren. Samen met het schub ben patroon van de buiken fotografeerde ik ook een briefj e mee waarop de exacte vindplaats stond, de leng te, het geslacht en eventuele opvallende kenmerken zoals verwondingen en dergelijke.
Collega-ringslangspotters vingen en fotografeerden ook de slangen in hun gebied (IJpolder, Diemen, Muiderberg, Amsterdam-Oost bij het Flevopark) en zo kwamen we erachter dat we soms dezelfde slang hadden gefotogra feerd in verschillende gebieden. Ook bleken de zwangere vrouwtjes soms kilometers te trekken naar een geschikte broeihoop om hun eieren af te zetten. Later in het jaar fotografeerde ik ze dan weer bij hun overwinterplaats. Door de jaren heen kun je op die manier veel te weten komen over de trekroutes en de groei. (Sommige dieren fotografeerde ik meer dan vijf keer per seizoen).
De IJsselmeerdijk bij Muiden, het gebied rond de voor ma lige kruitfabriek, de Diemerzeedijk en het spoortraject van Diemen naar Weesp behoren zelfs tot de beste plekken van Nederland om deze dieren tegen te komen. En ja, ik heb ze regelmatig in de Bijlmerweide gefotogra feerd, de populatie wordt geschat op ongeveer tien tot twintig dieren. Ook worden ze met enige regelmaat gezien in of rond een tuinvijvertje waar ze op zoek zijn naar hun favoriete prooi: kikkers. Ringslangen eten bijna uitsluitend amfibieën (dus kikkers, padden en salamanders).

Koudbloedig
Net als alle reptielen zijn slangen koudbloedig. Dat bete kent dat ze hun lichaamswarmte niet zelf kunnen rege len, zoals zoogdieren en vogels. Ze zullen gebruik moe ten maken van de zon, of reeds opgewarmd substraat zoals stenen of open plekjes tussen de begroeiing om op temperatuur te komen. En dan blijkt dat alle reptielen (ook de reptielen uit onze omgeving) een voorkeurstem p e ratuur hebben van ruim 35 graden. Pas bij deze temperatuur komt hun hormoonhuishouding op gang, kunnen ze prooien vangen en verteren en zich voort planten. Het zal u niet verbazen dat het in maart en april soms veel tijd kost om die temperatuur te bereiken en dat ze op een zomerse dag juist amper de zon opzoeken om op temperatuur te komen. Koudbloedig betekent dus niet dat ze koud aanvoelen, maar dat ze hun lichaams warmte actief moeten regelen. Ze kunnen ook niet afkoelen door zweten of hijgen, maar moeten dan juist de zon vermijden. Reptielen in onze streken zullen dus uitgebreid moeten zonnen om op temperatuur te komen, maar je zult ze niet zonnend vinden op een warme, zonnige middag in augustus. Wist u dat de meeste reptielen in Zuid-Europa zelfs een zomerslaap houden om de hitte te vermijden? Of ’s zomers een nachtelijke leefwijze erop nahouden?
Ringslangen leven dus voornamelijk van kikkers en padden, maar stel daar geen grote hoeveelheden bij voor. Een volwassen ringslang zal in de zomer ongeveer één kikker per week verorberen en als het regent en fris is, kan hij niet eens op jacht, omdat hij de daarvoor benodigde warmte niet kan opdoen. Dat betekent dus vasten bij koud weer, wat helemaal niet erg is, omdat de spijsvertering dan ook stilligt (net als tijdens de winterslaap).

Broeihopen
De mannelijke ringslangen zullen enkele dagen na het ontwaken uit de winterslaap op zoek gaan naar een vrouwtje. Dat laat namelijk een geurspoor achter, zodat de mannetjes in de omgeving haar kunnen vinden. Meestal vinden meerdere mannetjes zo’n spoor en ik heb verscheidene malen een ‘kluwen’ ringslangen op de foto gezet, ergens in april, waarbij alleen door het aantal kopjes te tellen de hoeveelheid dieren kan worden vastgesteld.
Na ongeveer twee maanden zal het vrouwtje eieren af zet ten (meestal 20-25) in een geschikte broeihoop. Uiteraard kunnen ringslangen hun eieren niet zelf uit broeden (koudbloedig!) dus zetten ze hun eieren af in zogeheten ‘broeihopen’. Zo’n hoop zal meestal bestaan uit mest of een laag bladeren of hooi en ander afval waarin vanzelf broei ontstaat vanwege het rottingspro ces. Die hoop vangt ook een aanzienlijk deel van de dag zonnewarmte, er is regelmatig onderzoek gedaan naar dit soort hopen en de ideale temperatuur in zo’n hoop dient tussen de 25 en ruim 30 graden te liggen. Afhankelijk van die temperatuur komen de eitjes dan na weer twee maanden uit, meestal in augustus.

Tijdelijk blind
Die kleine slangetjes van hooguit 15 cm vormen natuur lijk ideaal voedsel voor vogels en andere rovers (egels en ratten). Trouwens, volwassen ringslangen hebben ook nog veel vijanden: reigers, kraaien, roofvogels, allerlei andere roof-zoogdieren en zeker ook snoeken!
Wist u trouwens dat reptielen hun hele leven doorgroei en? Dus hoe ouder een reptiel, hoe groter. Ze moeten daartoe wel enkele keren per jaar vervellen, omdat de huid niet meegroeit. Daarom kun je regelmatig afgewor pen slangenhuiden vinden. Alles vervelt mee, ook het hoornvlies op het oog. Enkele dagen voor het vervellen kleuren de ogen van iedere slang grijsblauw en zijn ze gedurende die tijd blind. Een kwetsbare periode dus.
Slangen vinden hun prooi door uitgebreid te ‘tongelen’. Ze steken hun gespleten tong naar buiten en proeven als het ware de lucht. De tong wordt na het tongelen in een uitsparing in het gehemelte gestoken en daar worden de geurpartikeltjes en de temperatuur geanalyseerd.
In oktober zullen de ringslangen hun overwinterplek weer opzoeken. Ze zullen jarenlang achtereen dezelfde plek gebruiken; heb je verscheidene winters overleefd dan is het natuurlijk belangrijk om die plek te onthou den. De overwinterplaats ligt vaak ver af van hun zomer se jachtterrein. Uiteraard kunnen ze niet in de grond naast de sloot overwinteren omdat ze dan de kans lopen te verdrinken bij een stijgend waterpeil. Hier in de omgeving overwinteren de ringslangen meestal in dijken, onder boerderijen of in grote broeihopen. Ze zijn zich goed bewust van hun omgeving en vinden feilloos de weg over meerdere kilometers. En daarbij gebruiken ze amper hun ogen, maar voornamelijk hun tong.

Niet giftig
Misschien overbodig te vermelden maar ringslangen zijn niet giftig en zullen nooit bijten of agressief zijn. Wel kunnen ze vervaarlijk sissen en dat is vaak al voldoende voor afschrikking.