Tijdens de biologielessen op de MAVO, ergens in de jaren zeventig, leerden wij dat dieren konden worden ingedeeld in nuttige en schadelij ke. Natuurlijk waren kraaien en vossen schadelijk en nog veel meer dieren die onze oogsten bescha digden of onze huisdieren belaagden. Gelukkig zijn dit soort indelingen verdwenen en zijn we heel anders gaan kijken naar onze fauna.

Ik weet het niet meer precies, maar het lijkt mij dat de regenworm bij de nuttige dieren werd ingedeeld, en te echt! Ik zou echt niet weten welke schadelijke eigen schap pen dit beestje zou kunnen hebben. In tegendeel.
Op de eerste plaats belucht het de bodem door talloze gangetjes te graven. In die gangetjes verzamelt de re genworm dode bladeren. Die vormen zijn voedsel. Die bladeren worden in de darmen van de worm omgezet in nuttige organische stoffen waar planten van profiteren. Ze eten overigens niet alleen dode bladeren, maar ook een deel van de grond waarin ze graven. In de uitwerp selen zit daarna een grote hoeveelheid stikstof, fosfaat en kalium. Eén regenworm produceert meerdere kilo’s per jaar! Als u dan bedenkt dat er tientallen tot zelfs hon derden wormen per vierkante meter kunnen leven, af han kelijk van de hoeveelheid humus in de grond, dan begrijpt u dat dit ook honderden kilo’s nuttige stof oplevert.
Op de tweede plaats vormen wormen een geweldige voedselbron voor heel veel andere dieren. We hebben allemaal wel eens een merel op een gazon aan het werk gezien, maar ook al die meeuwen die staan te trappelen in het gras hebben wormen op het oog. Naast veel vo gels maken ook amfibieën en reptielen fanatiek jacht op wormen. En ook allerlei zoogdieren jagen mee. Egels, mollen en dassen bijvoorbeeld. En dan nog allerlei ke vers en duizendpoten die buiten ons gezichtsveld de wormen belagen. Kortom, wormen vormen een belang rijke voedselbron. Tot zover over het nut van deze diertjes.De wormen worden echter ook bedreigd door heel ande re gevaren en kunnen dan ook een gevaar vormen voor hun vijanden. Wormen zijn zeer gevoelig voor chemische veranderingen. Kunstmest bijvoorbeeld is funest voor wormen, ook overbemesting (ammoniak) kan zorgen voor gestage afname in bijvoorbeeld graslanden.
Daar bij is een worm niet direct dood na vergiftiging. De worm zal eerst uit de grond kruipen en al kronkelend op het gras doodgaan. En daar vormt hij een gemakkelijke prooi voor zijn vaste vijanden, die dan ook veel van deze chemische verbindingen binnen krijgen.

Maar er zijn nog allerlei wetenswaardigheden te vermel den. Bijvoorbeeld het regeneratievermogen. Als een merel de worm uit de grond trekt en er blijft een deel achter wanneer hij breekt, is er een goede kans dat uit dit achtergebleven deel een nieuwe worm groeit. Breekt bijvoorbeeld de worm doormidden, dan zal het voorste deel door kunnen leven en er groeit een nieuw achter deel aan. Andersom lukt echter niet.
Regenwormen hebben geen longen, maar voeren zuur stof aan via hun huid, die dan wel vochtig moet zijn. Zo gauw die droog begint te worden betekent dat dus het einde van de worm. Maar ook te nat is niet goed. Als het langdurig hard regent en de grond verzadigd raakt van water en de gangetjes van de wormen ook vollopen, zullen ze snel naar boven kruipen om aan zuurstof te komen.
Enige weken terug, na overvloedige regen ’s nachts, telde ik ‘s ochtends op het voetpad op weg naar de bushalte tientallen wormen, allemaal (tevergeefs) rondkruipend op zoek naar drogere plekken. Zo kwam hij in het verleden ook aan zijn naam: regenworm.

Ze hebben nog een opmerkelijke eigenschap die ze de len met onder andere naaktslakken: ze zijn hermafrodiet, oftewel tweeslachtig. Tijdens de paring bevruchten beide dieren elkaar met een mannelijk geslachtsapparaat. Het is ech ter niet mogelijk dat de worm zichzelf bevrucht. Via een ingewikkeld proces komt het sperma van de andere worm bij de eigen eicellen. Na verloop van enige weken kruipen de jonge wormpjes uit de bevruchte eitjes.

Als ik een stukje heb geschreven voor dit bulletin, check ik altijd nog even op internet of ik geen baarlijke non sens heb beweerd en of er nog wetenswaardigheden of feiten zijn die ik eigenlijk niet kan overslaan. Dit keer was ik oprecht verbaasd over allerlei wetenswaardighe den die ik tegenkwam. Bijvoorbeeld over de bouw van een worm via segmenten, over de hersenen en het zenuwstelsel, over de spijsvertering, de paringsrituelen, de voortbeweging, zelfs de bloedsom loop en het gezichtsvermogen komen uitgebreid aan bod, maar volgens mij voert dat wat ver voor een stukje in ons bulletin.

Ik dacht dat dit keer een plaatje overbodig was, omdat iedereen toch wel weet hoe een worm eruitziet. Maar ik heb tóch een plaatje toegevoegd: van de hoopjes wormenpoep die we wel eens zien op het gras. Dat is niet vies, maar hoogst nuttig voor de grond, en de planten natuurlijk.