Het vorige artikeltje ging over de regenworm, en ik veronderstelde dat dit diertje vroeger in ons biologieboek werd ingedeeld bij de nuttige dieren. Hoewel ik het niet ben na gegaan, ga ik er vanuit dat de mol dan zeker bij de schadelijke dieren werd ingedeeld. Maar waarom eigenlijk?

Wat is nu helemaal de schade die mollen aanrichten? Oké, er liggen heuveltjes opgeworpen grond op het gazon. Die heuveltjes bestaan uit losse, korrelige grond, afkomstig van enige diepte en als je die uitharkt over het gras is dat zelfs zeer nuttig. Als potgrond gebruiken kan overigens ook. Verder zou je, als de gangen erg dicht onder het oppervlak zijn gegraven, er wel eens een stukje in kunnen zakken. Gemiddeld zijn de gangen zo’n vijf centimeter breed. Nou nou, wat een heftige schade!

Mollen letten bepaald niet op waar ze graven, dus dat is net zo makkelijk een weiland, een voetbalveld, een wegberm of uw gazonnetje. In de zomer graven ze hoger, dus vlak onder de oppervlakte, maar in de winter aanzienlijk dieper. De graafdiepte hangt ook af van de grondsoort en de grondwaterstand.

Wat eet zo’n molletje eigenlijk? Wel, het is een overtuigde carnivoor, om precies te zijn een insectivoor, en hij vreet naast veel regenwormen ook allerlei larven, kevers en andere ondergronds levende insecten. Hij komt z’n voedsel natuurlijk tegen tijdens het graven, maar de diertjes vallen ook in de gegraven gangen. Mollen leggen zelfs voorraden aan door wormen de kop af te bijten, dan kunnen ze niet meer weg. Dagelijks eten ze een enorme hoeveelheid, ongeveer de helft van hun eigen lichaamsgewicht. De mol knaagt dus niet aan de wortels van uw planten en struiken.

Iedere mol leeft alleen en bewaakt z’n eigen gangenstelsel tegen vreemde binnendringers. En dat is hard nodig, want het gebeurt regelmatig dat er bezoek komt.
Als u de mol verdelgt, of de mol is in een mollenval gelopen, dan heeft meestal binnen 24 uur een nieuwe mol de gangen in bezit genomen. Er is dus hevige concurrentie ondergronds. Alleen in het voorjaar krijgen mollen last van hun hormonen en zoeken de mannetjes de vrouwtjes op. Na een korte logeerpartij stapt de man maar weer eens op en laat haar zwanger achter.

Die zwangerschap duurt een week of vier. In de tussentijd, het is dan april geworden, bouwt zij een nestkamertje dat ze warm aankleedt met bladeren en mos. Meestal worden dan vier of vijf jongen geboren. Uiteraard gaat zij vervolgens de kindertjes alleen opvoeden. Mollen zijn zoogdiertjes, dus drinken de kleintjes gedurende de eerste weken bij de moeder. Veel later, dan is het al eind juni, worden de jongen weggestuurd en moeten ze een eigen plekje veroveren. Uiteraard is dat de tijd dat er veel slachtoffers vallen. Onder de grond heeft de mol weinig te duchten, maar bovengronds heeft hij natuurlijk vele vijanden. Zeker omdat hij betrekkelijk onhandig manoeuvreert en ook niet erg snel is. Dus hebben roofvogels, reigers, honden, katten en allerlei echte roofdieren een betrekkelijk gemakkelijke prooi. Hoewel een mol zich wel kan verdedigen! Als jongetje kwam ik op het fietspad eens zo’n waggelende mol tegen en pakte hem op. ( In die tijd pakte ik alles op, in ieder geval alle dieren.) Dat vond de mol geen goed idee en hij liet me huilend achter met een ernstig bloedende hand. Kortom, mollen zijn zeker niet weerloos. (In die tijd ondervond ik verder dat kevers en kruisspinnen ook pijnlijk kunnen bijten, dat ook hommels kunnen steken en allerlei jonge vogeltjes gemeen kunnen pikken.)

Het is natuurlijk een raar leventje, zo onder de grond, en eigenlijk heeft de mol niet al z’n zintuigen nodig. Aan z’n ogen heeft ´ie niet zo veel, mollen moeten het meer hebben van hun snorharen en hun neus. Veel geluid maken ze niet, ook niet onderling, dus ook een scherp gehoor is overbodig. Het meest opvallende is eigenlijk z’n vacht. De haren staan namelijk niet in een bepaalde richting, zoals bij honden, katten, cavia’s en konijnen, maar gewoon recht omhoog. Daardoor kruipt een mol net zo gemakkelijk vooruit als achteruit door z’n ondergrondse gangetjes. En dat doet hij net zo snel als wij lopen.

Als u nu nog niet gevallen bent voor z’n charme en hem toch wilt verdrijven, dan heb ik het volgende lijstje:

  • Graaf een fles in de mollengang. De open fles brengt een fluittoon voort.
  • Laat de gangen vollopen met water; zet de tuinslang erop.
  • Strooi visafval in de mollengang.
  • Strooi uiensnippers.
  • Leg mottenballen in de gangen.
  • Mollen houden niet van hoge tonen. Koop een mollenverdrijver.
  • Plant keizerskronen (Fritillaria imperialis).
  • Graaf 'dubbeltjesgaas' in rondom uw tuin.
  • Trap elke dag de gang(en) dicht.
  • Steek zoveel mogelijk stokken in de gangen.
  • Drum de hele dag op een ijzeren staaf, die in de mollengang is geslagen.

Als dit allemaal niet helpt (en volgens mij is die kans groot) dan kunt u natuurlijk mollenklemmen zetten. Wist u overigens dat er in onze buurt regelmatig een mollenvanger actief is? Deze man is in overheidsdienst en vangt mollen van Diemen tot Weesp. Maar ja, gezien het feit dat ieder verlaten territorium binnen 24 uur weer is bewoond, lijkt het me behoorlijk zinloos. Dus ach… waarom al die moeite voor die paar hoopjes grond? Gewoon verspreiden over uw gazon en klaar is Kees!