De ekster: wie kent hem niet? Waarschijnlijk een van de meest gehate vogels in de buurt en ver daarbuiten. Krijsen, dat kunnen ze goed; brutaal andere vogeltjes verjagen, en nog erger: nesten plunderen van merels en andere tuinvogels.

Het worden er steeds meer en daardoor zien we steeds minder leuke vogeltjes in onze tuinen. Dat is zo ongeveer de mening over deze vogels die ik (zeer) vaak hoor. Het komt u vast bekend voor, maar… ik deel hem niet, lees maar eens mee. Als de ekster zo enorm in aantal is toegenomen, dan zouden de merel en de koolmees enorm achteruit moeten zijn gegaan, toch? In Nederland en de omringende landen wordt zo’n beetje alles onderzocht, dus ik ben een paar uurtjes gaan struinen op internet op zoek naar onderzoeken en cijfers over eksters. Wat is er waar van deze beweringen?

Eerst maar eens een onderzoek naar de maaginhoud van eksters. Je kunt maagspoelingen verrichten, braakballen uitpluizen (ja ja, ook van eksters), en gewoon observeren natuurlijk; wat blijkt? Het voedsel van eksters bestaat voor 70 tot 80% uit insecten, wormen, spinnen en slakken. Daarnaast natuurlijk brood en patat en andere voedselresten, al dan niet verpakt in vuilniszakken en… de jonge vogeltjes. Die laatste categorie beslaat echter maar 5% van hun dieet.
Wat?... Zo weinig? Dat kan nooit, zult u zeggen. Maar de uitleg is vrij simpel. Eksters hebben maar één nest per jaar groot te brengen en wel in dezelfde periode als de andere vogels. In die periode worden de jonge eksters ook gevoerd met geroofde jonge vogeltjes of de eitjes. Zodra de jonge eksters uitvliegen zoeken ze spoedig hun eigen voedsel en houden de eksters het weer bij hun gebruikelijke dieet van insecten en etensresten uit afvalbakken..

Merels en de meeste andere vogels broeden vaak twee keer per seizoen en soms zelfs drie keer. Dus mislukt het eerste broedsel, door nestroof, of storm, kou, een hoosbui of een onhandige plek van het nest, dan volgt al snel een tweede broedsel. Dat is dan in de periode nadat de jonge eksters al zijn uitgevlogen. Dat is één van de redenen waarom er nog heel veel andere vogels rondvliegen, ondanks de eksters. Zoals de meeste dieren pikken eksters ook een graantje mee van de overvloed, kijk maar eens mee.
Een koolmeesechtpaar zorgt al snel voor 5-8 jongen die uitvliegen. Meestal worden er meer eitjes gelegd, maar de zwakkere broeders sterven al voor het uitvliegen. Als er dan ook nog een tweede nest volgt dan vliegen er in 1 seizoen 10-16 jongen uit. Ik ben geen rekenwonder, maar het lijkt me duidelijk dat al die jonge vogeltjes maar één doel hebben: voedsel zijn voor andere dieren!
En mochten dit jaar alle nesten mislukken, dan proberen de vogeltjes het volgend jaar opnieuw, en het jaar daarop weer. Dat geldt ook voor vissen (honderden of zelfs duizenden larfjes per seizoen) , kikkers en padden (ieder voorjaar honderden kikkervisjes) en wat dacht u van de aantallen muizenjonkies per jaar? Het spijt me, maar het is allemaal voer voor andere dieren... Als iedere vogel (of beter: ieder dier) gedurende zijn hele leven 1,2 gezonde nakomelingen produceert, zal de soort blijven voortbestaan. Dus mag de rest, zonder dat het de populatie zal hinderen, opgegeten worden of op een andere manier aan z’n einde komen.

Nog wat getallen dan maar? Sinds de jaren zeventig is de ekster gestaag met zo’n 40% achteruitgegaan, van 90.000 broedparen toen naar ongeveer 50.000 broedparen nu. De verspreiding echter is wel veranderd, namelijk richting het stedelijk gebied. Op de Veluwe, Flevoland, Friesland en in Drenthe komen ze veel minder voor. (Ondanks een enorme hoeveelheid kleine broedvogeltjes daar.) Waarschijnlijk heeft overbemesting en bespuiten van agrarisch gebied daaraan bijgedragen. Er is daar simpelweg minder voedsel te vinden voor de eksters. Sinds de jaren zeventig zijn de aantallen broedparen van koolmezen verdubbeld. Van 250.000 toen, naar ongeveer 500.000 nu. (Wilt u zelf even de jaarlijkse aantallen nakomelingen berekenen?) De merel is zelfs de meest voorkomende broedvogel in Nederland met ongeveer een miljoen broedparen op ’t ogenblik (2-3 legsels per jaar met ieder 4-5 eieren). Al zolang deze vogel wordt gevolgd is de groei onstuitbaar. En dan te bedenken dat zo’n anderhalve eeuw geleden de merel een zeldzame en schuwe bosvogel was! Daarbij komt ook nog eens dat de merel en de ekster voor een groot deel hetzelfde voedsel prefereren: insecten, wormen en fruit. Kortom: onze meest geliefde ‘stadsvogels’ doen het prima tussen de eksters! De aantallen groeien zelfs spectaculair.

Ik kwam ook de stelling tegen dat alle vogels in de buurt zelfs meeprofiteren van eksters, omdat de eksters luidruchtig alarm slaan bij gevaar. Bijvoorbeeld als er een kat in de buurt is. (En die zijn pas echt gevaarlijk voor vogeltjes: in Nederland ongeveer 35 miljoen slachtoffers per jaar door huiskatten…) Hebben eksters zelf eigenlijk wel vijanden? U voelt ‘m wel aankomen: jazeker! De trek naar de stad is niet alleen veroorzaakt door het gemakkelijke voedsel. Waarschijnlijk worden ze ook opgejaagd door kraaien. Dat zijn de ware concurrenten van eksters en zij verplaatsen zich (nog) niet naar stedelijke omgeving. Kraaien hebben grotendeels dezelfde voedselkeuze, maar belangrijker: zij gebruiken vaak eksternesten als basis voor hun eigen nest, dus moeten eksters vaker verhuizen en zoeken dan de kraai-arme gebieden op.
Maar ik stuitte op een andere oorzaak voor de terugval van de eksters: de havik! Alle roofvogels zijn sinds de jaren zeventig flink in aantal toegenomen, mede door het terugdringen van DDT en andere beschermingsmaatregelen. Ook de havik heeft hier flink van geprofiteerd. Zo steeg het aantal broedparen van nog geen 100 in de jaren zestig tot rond de 2000 op dit ogenblik. En deze soort komt juist wél voor op de Veluwe, in Drenthe, Friesland, Utrechtse heuvelrug, kortom in bosrijke gebieden.
En een belangrijke prooi voor de havik zijn, naast duiven, wel degelijk kraaiachtigen, waaronder veel eksters. Dat de havik het goed doet, blijkt wel uit het feit dat er regelmatig eentje over onze wijk patrouilleert (eigen waarneming) en dat kan heel goed, want ze broeden in het Diemerbos en Diemerpark en eigenlijk al in iedere bosrand rondom Amsterdam. Ook sperwervrouwtjes slaan regelmatig een ekster en ook zij broeden in de omgeving. Op Youtube (Sperber ertränkt Elster) is een spectaculair filmpje te zien van een sperwervrouwtje dat een ekster doodt door hem naar een tuinvijvertje te slepen en vervolgens onder water te houden totdat hij verdrinkt! Kortom als alle cijfers, statistieken en onderzoeken naast elkaar worden gezet kan het beeld over eksters wel eens gaan kantelen, toch?

Bronnen: Volkskrantarchief, Vogelbescherming, Sovon en KNNV.

Reacties   

#1 G.A. Brouwer 12-01-2014 12:07
januari 2014 Wij hebben een zeer grote tuin.
Wij constateren al jaren een toename van het aantal eksters, waardoor de kleine vogels wegblijven uit onze tuin.Dit jaar is de toename nog weer groter,de eksters zijn al niet meer solitair, maar vertoeven ook al met elkaar in groepen.
Krijgen we op den duur niet een verstoring van het natuurlijk evenwicht met zoveel eksters?
Citeer