In deze serie mag het konijn eigenlijk niet ontbreken, vind ik, maar heeft u wel eens een konijn in onze buurt aangetroffen? Zeer regelmatig rijd ik 's avonds de wijk in, maar nog nooit zag ik een konijntje op de grasperken. Wel scharrelt er wel eens een egel en ook jagen er reigers onder het licht van de lantarenpalen. Ik vraag me dan ook af wat er mis is met onze grasvelden. Ook langs de Provinciale weg naast de Weespertrekvaart en de dijkjes in en langs de Bijlmerweide zie ik nooit een konijn, toch vreemd...

Fauna konijn

Tijdens het joggen richting Diemen, Weesp en Muiden, of ook via het Diemerbos en de groenstroken richting IJburg, kom ik meestal konijnen tegen. Als je via de Nesciobrug IJburg op komt, lopend of op de fiets, ziet het werkelijk bruin van de konijnen op ieder veldje. Ook rondom het AMC en de andere kantoorkolossen op Amstel III en in de buurt van het oude Sloterdijkstation zie ik ze zeer frequent, vlak langs de weg, langs de trambaan, op de spoordijk en ook tussen de huizen. De schuwheid verschilt schijnbaar per populatie.
Ze zijn uiteraard niet onmisbaar, maar ik kan gewoon niet verklaren waarom ze in Geerdinkhof dan niet rondscharrelen.

Konijnen horen eigenlijk helemaal niet thuis in ons land. Net als fazanten zijn ze hier uitgezet, waarschijnlijk voor de jacht. Van oorsprong kwamen konijnen alleen voor in Spanje en Noord-Afrika, maar toen de Romeinen zo'n beetje heel Europa tot hun gebied rekenden, begon ook de opmars van de konijnen. Ze werden gedomesticeerd en vrijwel overal in Europa uitgezet. En met succes, want op de verspreidingskaart blijkt heel Europa bewoond te zijn (uitgezonderd Scandinavië) en hebben ze zich in oostelijke richting verspreid tot ver in het Aziatische deel van Rusland.
Wel is de onvergeeflijke fout gemaakt om de dieren ook in Australië te introduceren, en ik heb met eigen ogen gezien dat je er overal konijnen kunt tegenkomen (overigens niet de enige eco-ramp die mensen in Australië hebben veroorzaakt, later kwamen er nog de vos bij, de Zuid-Amerikaanse reuzenpad en nog veel meer uiterst ongewenste gasten).
Als de konijnen het naar hun zin hebben, kan het inderdaad hard gaan met de voortplanting, ze doen hun naam zeker eer aan! In tegenstelling tot de meeste zoogdieren kennen de vrouwtjes niet een echte vruchtbaarheidscyclus. Door de paring met een mannetje wordt de eisprong in gang gezet en zo resulteert bijna iedere paring in een bevruchting. De draagtijd is nog geen maand en enkele dagen na de bevalling is het vrouwtje alweer paringsbereid. In goede tijden zoogt een vrouwtjeskonijn haar jongen, vaak meer dan acht, en is ze tegelijkertijd zwanger. Meer dan vijf worpen per jaar is helemaal geen uitzondering en de jonge dieren zijn alweer na vier maanden geslachtsrijp. De meeste konijnen in het wild worden ook nog eens zo'n acht jaar oud.
Zolang het voedselaanbod goed is, gaat het dus hard, maar als het voedselaanbod minder wordt, of slechter van kwaliteit, bijvoorbeeld tijdens vorstperiodes, dan kunnen de net bevruchte embryo's al in de baarmoeder weer worden opgenomen door het lichaam. Een soort natuurlijke abortus, om de moeder niet in problemen te brengen. Zijn de jongen eenmaal geboren, dan liggen ze onder de grond in een nestje van haar en stro. De moeder gaat gewoon op pad en komt maar enkele uren per dag langs om de jongen te zogen. Als ze ook zwanger is van het volgende nest, zal ze haar jongen na ruim drie weken alweer wegsturen om plaats te maken voor een volgende reeks broertjes en zusjes.

De gebruikelijke kleur van konijnen is bruin, maar er worden steeds vaker ook gekleurde, vooral zwarte dieren gezien. Daar is het massaal buiten zetten van tamme konijnen vooral debet aan.
Konijnen zijn vegetariërs en de konijnen in het wild eten allemaal hun eerste keutels opnieuw op. Dat verschijnsel heet 'coprofagie'. Dan volgt er een tweede vertering en díe keutels worden dan massaal teruggevonden in het veld. Het opnieuw verteren van keutels is noodzakelijk voor een goede spijsvertering. Opmerkelijk is dat bij veel konijnen in gevangenschap deze coprofagie niet voorkomt, omdat zij voedselrijke biks te eten krijgen in plaats van puur gras en kruiden.
Als er veel konijnen ter plekke voorkomen, ontstaat er vanzelf een rangorde tussen verschillende groepjes dieren. Het ene groepje verdedigt zijn graasplekje en holenstelsel tegen de andere groepen en uiteraard heeft de sterkste groep de mooiste plek en het beste voer. Uit veldonderzoek bleek dat ook de jongen van zo'n sterke groep hoger in hiërarchie staan.
Bij gevaar vluchten alle konijnen tegelijk weg, omdat ze elkaar waarschuwen met een paar stevige stampen op de grond. Dat verschijnsel komt konijnenbezitters wel bekend voor. Het is dus bedoeld om de hele groep te attenderen op naderend gevaar.

In de loop van de tijd zijn veel verschillende konijnenrassen geteeld, van dwergjes die nauwelijks een kilo wegen tot Vlaamse reuzen van meer dan acht kilo. Een normaal, wild konijn weegt ruim twee kilo en meet 40 tot 50 centimeter.
In Nederland worden veel konijnen in gevangenschap gehouden, niet alleen als huisdier, ze zijn ook populaire proefdieren (onder andere voor het opwekken van antilichamen) en uiteraard worden er konijnen ter consumptie gefokt. Weliswaar lang niet zo veel als de miljoenen kippen en varkens, maar toch enkele honderdduizenden per jaar. Ik kan niet wachten tot de kerst!