Een typisch beestje, echt passend bij dit jaargetijde, is de wintervlinder, al begrijp ik dat veel mensen nog nooit van dit vlindertje hebben gehoord. Dat is best vreemd, want hij komt vrij algemeen voor, zeker ook bij ons in de buurt.
Fauna wintervlinder-3

Als u in deze tijd een klein nachtvlindertje van 1,5 centimeter aantreft onder de buitenlamp of ziet vliegen in de koplampen van de auto dan is dat vrijwel zeker een wintervlinder. Hij doet zijn naam eer aan, want hij vliegt pas vanaf oktober tot diep in december, of zelfs tot half januari als het zacht weer blijft. Een beetje vorst deert hem niet; hij vliegt ook rond als het koud is geworden. Ik gebruik met de opzet de hij-vorm omdat alleen het mannetje rondvliegt. Het vrouwtje is dan uiteraard ook actief, maar heeft helemaal geen vleugeltjes en moet dus geduldig wachten totdat een aanstaande echtgenoot aan komt vliegen. De vrouwtjes kruipen meestal langzaam tegen de stam van een eikenboom omhoog. Hoewel ze niet echt eenkennig zijn (ze gebruiken ook wel eens andere soorten loofbomen), hebben de nakomelingen een grote voorkeur voor eikenblaadjes.

Fauna wintervlinder-2

De wintervlinder is een 'spanner'; dat slaat op de voortbeweging van de rupsen. Spanrupsen doen dat op een heel speciale manier. Omdat ze alleen aan de voorkant en helemaal achteraan enkele pootjes hebben, moeten de rupsen hun hele lijfje bijtrekken om vooruit te komen.
De paring vindt op de voor nachtvlinders gebruikelijke wijze plaats. De vleugelloze vrouwtjes lokken met feromonen (geurstoffen) de mannetjes en de paring kan uren of langer duren. Het mannetje kan dan nog een vliegtochtje ondernemen en zo kan het willoze vrouwtje, vastgeklonken aan het mannetje, gemakkelijk op een andere plek belanden. U hoeft niet ver om dit fenomeen waar te nemen. Zowel in onze wijk als in de aangrenzende plantsoenen kunt u, uiteraard 's avonds in het donker, de paartjes of wachtende mannetjes en vrouwtjes op de boomstammen aantreffen.
De levenscyclus van dit vlindertje is niet eens zo bijzonder, afgezien van de late vliegtijd van de mannetjes. Als eenmaal zo'n vleugelloos vrouwtje is bevrucht, kruipt ze zwanger en wel tot in de top van de boom en legt ze haar eitjes in allerlei spleten en groeven in een tak. Als nu de temperatuur stijgt in het voorjaar, meestal in maart, kruipen de minuscule rupsjes uit het ei en zoeken de net uitbottende blaadjes op. Dit is een cruciaal moment. Is de temperatuur hoog genoeg voor de rupsjes, maar zijn er nog geen uitbottende blaadjes, dan zullen ze massaal verhongeren, maar zijn de blaadjes veel eerder uitgebot en komen de rupsjes pas later uit, dan is er ook een probleem. De rupsjes kunnen namelijk alleen de heel jonge blaadjes eten, omdat die nog weinig tannine bevatten en lekker zacht zijn. Uiteraard gaat het meestal gelijk op, maar er zijn zeer succesvolle jaren en zeer tegenvallende jaren. En dan heeft een andere buurtbewoner, de koolmees, ook een succesvol of een zeer tegenvallend jaar.
De koolmees begint namelijk al vroeg in maart aan het eerste nest en de uitkomende jonkies worden gevoerd met rupsen. En u snapt het al; dat zijn de rupsen van de wintervlinder. Kortom: een complex samengaan tussen temperatuur, rupsen van de wintervlinder en eitjes van de koolmees. Voor de laatste is er geen alternatief; de jonge koolmeesjes groeien puur op insectenvlees en verdragen geen pinda's of vet van onze opgehangen voederbolletjes. Het broedsucces van de koolmees is dus in hoge mate afhankelijk van de op tijd uitgekomen rupsjes van de wintervlinder.
De groene rupsjes die niet ten prooi vallen aan de insectenetende vogels, zullen in juni volgroeid zijn. Dan kruipen ze langs de stam naar beneden of laten zich aan lange spindraden uit de boom zakken. Ze verpoppen dan in de grond. Pas in oktober, als het flink kouder wordt, kruipen de vlinders tevoorschijn.

Fauna wintervlinder-1

Voor mij is het vreemde aan dit verhaal dat de vlinders pas zo laat uit de cocon kruipen. De meeste vlindercocons hebben veel minder tijd nodig om tot ontwikkeling te komen en in dat geval zouden de vlinders al in de zomer of begin najaar vliegvlug zijn. Ook na het raadplegen van diverse vlindersites en Wikipedia kon ik geen verklaring vinden waarom de ontwikkeling zo lang duurt. Ik leerde nog wel dat het bloed van de wintervlindertjes veel suiker bevat en dat functioneert dan als antivries...
Ik hoop weer op een zachte winter.