Frits Brommet doet open. Ik doe mijn bespijkerde sneeuwschoenen uit, stap in mijn pantoffels en maak kennis met Jürgen Riedl, Frits' partner. Zij bewonen een patiowoning.

Wonen frits en jürgenHet huis is lekker warm en toont meteen na binnenkomst zijn verrassing. Een overkapte patio: een verrukkelijke wintertuin als extra huiskamer met haardvuur, bloeiende manshoge strelitzia's en een klaterende waterpartij in een gemetseld aquarium met grote goudvissen.
Jenny Wesly is inmiddels gearriveerd. Zij gaat de omslagfoto maken. Ondertussen maak ik van de gelegenheid gebruik de woonkamer te bekijken. Er zijn leuke nissen met aan de wand schilderijen, zowel abstract als realistisch, portretten en plastieken. De bewoners moeten haast wel kunst- en cultuurliefhebbers zijn. Mijn oog valt op een klavecimbel. Het is een zelfgebouwd exemplaar. Frits zegt daar tegenwoordig nog weinig op te spelen. Mijn vingers jeuken, maar daar kom ik niet voor. Ik ga de geportretteerden interviewen.

Wie zijn Frits en Jürgen?
Frits was werkzaam als geestelijk verzorger in een ziekenhuis. Hij is met emeritaat, maar preekt nog met enige regelmaat als gastpredikant. Hij woont hier al 35 jaar. Aanvankelijk met zijn vriend Tjibbe, die zeven jaar geleden is overleden.
Jürgen en Frits kennen elkaar nu anderhalf jaar en sinds oktober 2011 wonen ze samen. Jürgen komt uit de omgeving van München, waar hij bij een grote uitgeverij werkte. Tijdens het gesprek blijkt hij het Nederlands al behoorlijk te begrijpen en te spreken. Hij volgt een intensieve cursus Nederlands aan het Goethe Instituut. Hij is op zoek naar een baan.
Bezigheden
De heren bezoeken graag musea en concerten. Maar meer nog blijken ze natuurliefhebbers te zijn. Ze fietsen en wandelen veel. Jürgen loopt graag hard. 'Vanaf de voordeur zo de natuur in. Maar liever niet in de winter.' Hij wijst op een paar noren, die in een hoek liggen: 'Ik leer het op deze schaatsen, vind het moeilijk, maar kan het beter op die van het ijshockey.'
Frits: 'Mijn grootste hobby is de boot.' Hij heeft op het IJsselmeer en de Waddenzee gezeild op een platbodem, een Schokker. Het zeilen daarmee werd wat te zwaar en nu heeft hij een Staverse kotter. 'Ja, onderhoud blijft er natuurlijk altijd.'

Wonen in Geerdinkhof
Frits en zijn toenmalige vriend zochten destijds een huis met veel privacy, met voor elk een eigen ruimte. Ze kwamen bij toeval langs deze buurt, waarvan de eerste patiowoningen, net gebouwd, te koop waren. Het klikte en ze werden bewoners van het eerste uur. 'Het wonen hier is een heerlijk compromis tussen dorp en stad,' aldus Frits. 'Het is een schitterend huis, nooit spijt van gehad.'

Buurt
Het is een heel prettige sociale omgeving. De boodschappen worden gedaan in Ganzenpoort, maar ook wel in de Amsterdamse Poort of bij Maxis. Voor de ijzerwaren gaat Frits naar Weesp. Ook de kerkgemeenschap De Nieuwe stad is erg prettig. Wel valt het hem op dat er weinig onderlinge contacten zijn tussen de verschillende culturen in de Bijlmer.
De verloedering van Ganzenhoef indertijd vond Frits verschrikkelijk. Heel blij is hij dat het geheel is opgeknapt.
Ik vraag naar Jürgens ervaringen, als nieuwe bewoner. Hij vond het een aparte gewaarwording dat hij tussen de gekleurde bezoekers van Albert Heijn opviel als blanke. Het contrast van de metro hier (koud, vies) met die van München (warm, schoon, huiskamerachtig) is groot.
Een bezoek aan Kraaiennest vond hij unheimisch, waarop Frits zegt dat het tijd wordt dat ook daar de boel wordt afgebroken en opgeknapt.
Jürgen zegt het heel leuk te vinden dat hij, vanuit het metrostation, het landschap steeds lager ziet worden; van hoge flats naar drie-etage-, twee-etagewoningen, naar plat en zo het bos in.

Wensen
Frits: 'Dat de erfpacht wordt opgeheven.' Jürgen: 'Graag een baan.' Beiden uiten de wens lang te mogen samenleven.
Loek: 'Dank jullie wel voor jullie verhaal en de gastvrijheid. Veel geluk samen.'