In de vorige aflevering van de doorgeefpen stonden Joke en Peter van Beek in het zonnetje. Het zal niet iedereen zijn opgevallen, maar door omstandigheden hebben Joke en Peter toen ook zélf de pen ter hand genomen. Het was dus een zelfinterview. Deze aflevering gaat weer volgens het boekje: Joke van Beek heeft mede-Geerdinkhoffer Jaap Koolstra eerst geïnterviewd - en daarna de pen aan hem doorgegeven...

Wonen jaap koolstraJaap Koolstra had al vroeg een grote liefde voor Frankrijk, die was ontstaan door de Tour de France. Hierdoor maakte hij steeds met een ander deel van dat land kennis. Na zijn gymnasium wist hij het zeker: hij ging Frans studeren.

Bijlmer-believer
Jaap is in 1970 in de Bijlmer komen wonen, eerst in de flat Kikkenstein. Tien jaar heeft hij daar onbezorgd gewoond: de kinderen leerden er fietsen, er was ruimte om te voetballen, kleuters konden veilig naar school. De flat bood een gevarieerde sociale leefomgeving. Toen er gezinsuitbreiding kwam, werden ze door vrienden geattendeerd op Geerdinkhof. Veel mensen op Geerdinkhof zijn in een flat begonnen en daarna toch in de Bijlmer gebleven, omdat ze in de Bijlmer 'geloven': volop licht, lucht en ruimte.

Wonen in Geerdinkhof
Een voordeel van in Geerdinkhof wonen was voor Jaap dat hij tijdens het ontbijt nog kon bedenken op welke wijze hij naar zijn werk in Slotervaart wilde gaan: 'Neem ik het openbaar vervoer, de auto of ga ik lekker fietsen?' Inmiddels gepensioneerd geniet hij van een boodschapje in Ganzenpoort. En hij kijkt ook beter om zich heen: 'Vroeger ervoer ik het omringende landschap als iets gewoons. En wat daarin leefde was niet zo belangrijk voor me. Als er nu iets voorbijvliegt, wil ik eigenlijk ook weten wat het is.'

Kerk: sociaal netwerk
Jaap Koolstra is blij met de Bijlmer. Anders was hij hier toch niet veertig jaar blijven wonen? Er is volgens hem een evenwicht in samenleving en bevolkingsgroepen. Het kerkelijk leven (Protestantse Kerk Nederland) geeft Jaap een groter sociaal netwerk: 'Binnen het kerkgebouw De Nieuwe Stad kom je allerlei gelovigen tegen. Die we niet alleen gedag zeggen, maar met wie we ook samenwerken. Tijdens de Bijlmerramp bijvoorbeeld was de samenwerking hartverwarmend en heel zinvol.'

In Parijs
Tot slot een anekdote. Jaap en de zijnen proberen elk jaar een stukje onbekend Parijs te ontdekken. Het was hartje zomer eind jaren negentig, en samen met vrouw en jongste dochter van zeventien, die naar de mode in een naveltruitje rondliep, was hij op onderzoek. Het doel was de architectuur van een arbeiderswijk te ontdekken. Het was een prachtige zomeravond. Een man met een Algerijns uiterlijk wilde hen ervan weerhouden (te gevaarlijk) en Jaap dacht: het moet niet gekker worden...in de Bijlmer durf ik te lopen waar ik wil en hier zou dat niet kunnen? Hij protesteerde. De man zei toen: 'Dan leid ik jullie wel rond.' Zo kwamen ze op plaatsen, die anders voor hen verborgen waren gebleven.