Als interim-gemeente ambtenaar krijgen we voortdurend “les” in de communicatie naar onze burgers. Alle nota’s. collegevoorstellen, etc. worden gecontroleerd op warrig en verhullend taalgebruik, dat vooral voor de burger voor meerdere uitleg vatbaar is. Er is echter één belangrijke opmerking bij te maken, ik werk op dit moment niet voor de gemeente Amsterdam. En daar ligt wel het knelpunt.

Als je echt, na vaak jarenlange strijd, ergernis, tenenkrommende, tegenwerkende, rekkende, vermijdende, verdraaiende reacties van vooral door de lokale overheid , al dan niet financieel, ondersteunde organisaties, de moed hebt opgegeven, dan hebben we nog één reddende engel.
Hoewel in onze gemeente zo’n zin al niet meer kan, maar dat is ander onderwerp, wil ik u melden dat die reddende engel De Gemeentelijke Ombudsman heet.
Zou er dan soms toch nog iemand in Amsterdam bestaan die zich wél om burgers bekommert?
Laten we eens kijken.
Een zinsnede uit de aanhef van de brief van de Gemeentelijke Ombudsman. Het klinkt trouwens bijna als een contradixie.
“U hebt mij laten weten niet tevreden te zijn. Hoewel de rechter de procedures heeft goedgekeurd blijft u het idee houden niet tevreden te zijn en u vraagt zich af of inspraak door burgers dan nog wel zin heeft”.
In dezelfde brief volgt vervolgens een opsomming wat het stadsdeel heeft gedaan. Ik zie het voor me”Jongens, bewoners van de Geerdinkhof klagen.

Kunnen jullie me even zeggen wat jullie nu gedaan hebben?”. Vervolgens somt het Stadsdeel op wat ze gedaan hebben “Ze hebben naar aanleiding van inspraakreacties het verhaal aangepast en de zaak vastgesteld. In de Raadsvoor-dracht staat uitgebreide informatie welke suggesties wel en niet zijn meegenomen”. Tot zover de reactie van het Stadsdeel, aldus de Gemeentelijke Ombudsman.

En toch blijft u ontevreden. Of wel letterlijk “Zoals u al had geconstateerd heeft het stadsdeel aan de wettelijke verplichting van inspraak voldaan. Evenwel houdt u het gevoel dat er niet serieus naar u geluisterd is, en dat het Stadsdeel zijn wil heeft doorgedrukt”.

Op basis van de persoonlijke ervaring en beleving van de bewoners mogen bewoners melden wat ze ergens van vinden. Daartoe organiseert het stadsdeel inspreekavonden. “Nee, ik kan me volledig vinden in wat u zegt. Ik kan me dat voorstellen en we zullen uw zienswijze invoegen in ons verhaal. Na afloop van de vergadering worden er twee dingen gedaan. De griffier doet netjes verslag van het gemelde en vervolgens verscheurt de ambtenaar het idee en maakt de stukken af conform de wens van het College en de Raad. Naar buiten toe verschijnt prachtig dat vooral ook de mening van de bewoners is meegenomen in het Collegevoorstel.

Het College ziet het Collegevoorstel, echter zonder te weten wat wel en niet is gezegd door de insprekende bewoners omdat ze niet geïnteresseerd zijn, en stellen het besluit vast.“Het stadsdeel heeft voldaan aan de wettelijke regels van inspraak”. Voelt u hem?
Ze hebben alleen niet gedaan wat ze gezegd en beloofd hebben, maar daar gaat het nou net niet om. Wie schrijft ie blijft en dat geldt voor het stadsdeel en dat geldt ook voor de Gemeentelijke Ombudsman. Het gaat niet om de inhoud, maar om de lettertjes te volgen. De mening van de burger is dus bewezen niet van belang.

“De Nationale Ombudsman doet op dit moment landelijk onderzoek naar de inspraakprocedures”.
Ik kan u melden dat de belastingen wel weer omhoog zullen gaan. We hebben teveel van dit soort niets zeggende en niet funktionerende instanties. Diepgravend onderzoek, met een resultaat dat ik al ken.
Weet u, ik werk in de Achterhoek in een kleine gemeente. Als iemand uit de gemeente de gore moed heeft om dit soort dingen uit te voeren, dan heb ik vervolgens een kiepkar mest voor m’n gemeentedeur, een dreigend leger boeren, gewapend met gevaarlijke rieken, voor de deur.
Moeten ze hier eens doen; we kunnen nog een hoop van die superboeren leren.