Ik werd afgelopen weekend weer eens met mijn neus op het feit gedrukt dat ik geen echte Amsterdammer ben. Nou kan die neus wel wát hebben, maar even later voelde ik het toch wel.
We kwamen met de auto Amsterdam in rijden. We hadden zin in een dagje Amsterdam. “Laten we de auto parkeren onder het Olympisch Stadion. Dat kan daar voordelig en je krijgt er ook nog een dagkaartje bij voor in de tram”. OK, dacht ik. Leuk, twee vliegen in één klap. Een gezellige dag in Amsterdam, veilig en voordelig; deze laatste mening wordt overigens ernstig gevoed door het belachelijke parkeertarief in Amsterdam.

Ik wil daar wel even het volgende over kwijt: het leidt bijna tot ernstige getto-vorming. Alleen de zeer draagkrachtigen kunnen het zich nog permitteren om met de auto Amsterdam te bezoeken; de minder draagkrachtigen worden veroordeeld tot de slumps. Maar goed, dit ter zijde.

Komen braaf aanrijden, staat er een file voor de bewuste parkeergarage. ”OK, wordt er tenminste gebruik van gemaakt van dit prachtige initiatief. Lok de toerist naar Amsterdam, biedt ze een redelijk voordelige en veilige parkeermogelijkheid en geef ze ook nog de mogelijkheid om van de schoonheid van de stad te genieten via gratis openbaar vervoer”, dacht ik nog in mijn onschuld. Het wachten duurde lang en uiteindelijk liep ik langs de rij wachtenden naar een wat zwaar uitgevallen parkeerwacht. “Goh, is het zo druk vandaag?”. “Nee meneer, we mogen maar 250 auto’s toelaten, vanwege het succes. Alle plaatsen voor het P+R-aanbod zijn bezet en al deze mensen wachten totdat er iemand uitkomt en dan kan er weer eentje in”. Nou had ik geen zin om de rest van een prachtige zonnige dag in een stilstaande auto door te brengen en uiteindelijk, tot het uiterste getergd een paar euro te besparen, reed ik even later langs de rij naar de slagboom om alsnog, overigens toch nog voor de helft van het peperdure grachtentarief, te parkeren in een bijna lege parkeergarage.
“We kunnen wel met de 14 of de 4 naar de Albert Cuyp”(geen idee of het klopt, maar het gaat om het voorbeeld).”Het zal wel, ik geloof je”. “Goh, weet jij dat niet?”. “Nee”, zei ik. “Maar je woont al zo lang in Amsterdam”. “Dat klopt, maar ik reis voornamelijk met de fiets en soms met de 53 van Ganzenhoef naar Centraal en weer terug”. Gelukkig werd het, door het toedoen van een jolige conducteur, toch nog gezellig; met veel respect voor mijn vrouw en de echte Amsterdammer, omdat ze zo fantastisch het openbaar vervoerstelsel uit hun hoofd kennen.

En toch bleef dat akkefietje me bezighouden. Ze doen dat niet slim bij het GVB, dacht ik. Begin nou eens met helemaal niet meer parkeren in de binnenstad; daarmee wordt de binnenstad 100% mooier, ruimer, veiliger en stankvrij. Bovendien veel meer ruimte voor toeristen. Trek nu eens twee keer zoveel toeristen naar Amsterdam met zo’n hernieuwde en prachtige binnenstad, die brengen toch met elkaar makkelijk de kosten voor vrij parkeren en gratis openbaar vervoer op?
Nee, integendeel. Het wordt aan alle kanten ontmoedigd! Er mogen er niet meer in dan 250, geen parkeertariefreductie en vrij baan voor schone auto’s. Een schreeuwende kaartjesverkoopster door de intercom: “Meneer, u hebt geen kaartje”. Na 3 keer blèren reageert de man nog niet, omdat hij toevallig een buitenlandse toerist blijkt te zijn die geen Nederlands verstaat.
Waar kan ik straks nog terecht met m’n vertrouwde strippenkaart? Nee hoor, nergens meer. Nou moet ik óf m’n persoonlijke OV-chipkaart óf m’n anonieme OV-chipkaart, óf m’n wegwerpchipkaart aan het begin en aan het eind van de reis voor de kaartlezer houden. En meneer, dan berekent “het systeem”(?) de kosten voor de afstand die u aflegt en rekent automatisch af. Arghh!!! En ik wil zo graag weer eens een perronkaartje kopen op Centraal voor een duppie!!