Mijn nieuwsgierigheid maakte dat ik me afvroeg in welke mate ik nu zelf heb bepaald of ik u weer trakteer op een scherp verhaal en in welke mate mijn omgeving daarop van invloed is geweest.
Ik ben geneigd te denken dat onze omgeving van invloed is en dat die eigen vrije wil maar betrekkelijk is. Aangezien we, zeker in de Geerdinkhof, niet helemaal geïsoleerd door het leven gaan, is het interessant dat eens nader te bekijken.

Of we een eigen vrije wil hebben is niet primair een natuurwetenschappelijke vraag, wel waarom wij een vrije wil ervaren. Het besef van een vrije wil speelt een belangrijke rol in ons leven. Maar het maakt ons ook kwetsbaarder, zo erg dat je bijna zou zeggen dat wie niet in de vrije wil gelooft, op de een of andere manier gehandicapt is.

Bepalen onze hersenen en/of genen dan wat we doen? En zijn we dan als mens niet meer dan een uitvoerend orgaan van wat ergens in ons lichaam, onzichtbaar en ongrijpbaar, kennelijk al vastligt?

Het antwoord is simpel te geven. Het antwoord is nee, althans het eerste betekent niet automatisch het tweede. Om een voorbeeld te geven: als ik uit vrije wil de beslissing neem om uit een rijdende auto te springen, is daarmee niet voorspelbaar hoe ik terechtkom en hoe de auto uiteindelijk tot stilstand komt. Noch de invloed van de goden, noch het determinisme van de natuurwetten betekent dat de toekomst dus bekend is.

Hiermee wordt duidelijk dat je nooit kunt vaststellen of we geleid worden door de vrije wil, al was het alleen maar omdat je je gedrag niet kunt vergelijken met wat er zou zijn gebeurd zonder die vrije wil. Denkend aan de vrije wil lijkt het proces simpel: ik bepaal zelf of en wanneer ik een bepaalde actie begin en beëindig. Ik ga achter mijn computer zitten en ik bepaal of ik u een verhaal schrijf of niet.
Denk eens na over hoe het vrije gedrag van de hersenen er uitziet als je je wat minder zou laten leiden!

Maar hoe relevant is de vraag eigenlijk of de hersenen het bewustzijn volledig beheersen en sturen? Het wetenschappelijk antwoord is misschien minder interessant; het is vooral een filosofische vraag. De vraag die ertoe doet is niet of we een vrije wil hebben, maar waarom we een vrije wil ervaren. De ervaring van een vrije wil, het je bewust zijn van een eigen vrije wil, heeft te maken met het ergens bewust controle over hebben. Onderzoekers denken dat het voelen van die controle over jezelf te maken heeft met te kunnen overleven als sociaal wezen. Het blijkt dat mensen die meer controle over hun eigen leven nemen, zich gemakkelijker en beter kunnen aanpassen.

Als we geen vrije wil zouden ervaren, dan zouden we vinden dat geen van onze daden door onszelf wordt bepaald. We zijn dan alleen observanten van oorlogen en andere verschrikkelijke dingen, zonder dat iemand als persoon er wat aan kan doen. Maar we kunnen er wel wat aan doen, en dat is een van de fundamenten van ethiek. Het ontkennen van de vrije wil staat gelijk aan het onschuldig verklaren van alle grote misdadigers die er vanaf het begin van de mensheid zijn geweest. Dit druist in tegen ons besef van goed en kwaad.

Mensen kunnen kiezen het goede of het kwade te doen. Het is aan ons om de goede keuzes te maken. Willen is kunnen! Nee, de vrije wil is een vrije keuze; de wil wordt pas fout of goed door wat de mens ermee doet!