Het is een zonnige middag en ik loop door ons wijkje. Door het hele wijkje heen, van linksvoor naar rechtsachter. Een buitenstaander zal wellicht slechts monotone huizenrijen zien, uitgevoerd in handgevormde bakstenen. Ik zie echter een veelheid aan architectonische vondstjes, gebaseerd op een solide basispatroon. Vooral op tuinhekjes, hagen en schuttingen is de creativiteit losgelaten. Ik zie prachtige huizen, tuinen en gemeentegroen, maar geen mensen. Het is uitgestorven. Geen hond.

Zo zal het er hier uitzien als de kerncentrale in Petten geploft is en iedereen binnen een straal van 200 km geëvacueerd is. Of als de dijken bij Zandvoort dreigen door te breken. Of als Griekenland failliet is en we allemaal als vluchteling door het welwillende Zwitserland zijn opgenomen. Ik verzin maar wat. Het is raar hoor, zo´n mensloos wijkje.
De huizen zijn goed geïsoleerd tegen water, wind en lawaai. Vandaar dat iedereen binnen zit en daar ontzettend gelukkig zit te wezen. In zulke huizen wonen mensen met goede huwelijken, en met een goede fysieke component van dat huwelijk. Kinderen spelen en ravotten. ´s Avonds komen goede vrienden op bezoek en onder het genot van een goed gesprek gaan er goede flessen wijn doorheen. Niet te veel wijn, want hier wordt gedronken om wat los te komen, niet om lam te raken. De glascontainers blijven dan ook vaak angstaanjagend leeg ;-)

Het eenvoudige geluk in mijn wijkje vindt binnen plaats, het transport ernaar toe en ervandaan geschiedt in een grote mate van onzichtbaarheid, zonder ruchtbaarheid, zonder enige vorm van overlast. Beschaafd en subtiel.

Ik wandel verder, de immense stilte meetorsend. Net naast de bebouwing in het aanpalende park bevindt zich een bankje met uitzicht van een bovenaardse schoonheid op een waterpartij, omzoomd door fris lentegroen. Ik ga zitten en mijmer door. Een prachtig wijkje met een prachtig park, maar geheel mensloos. Hoe geheel anders is het in de wijken rond de Albert Cuypmarkt of de Dappermarkt. Geen snipper groen, rottige woninkjes, maar wel vol volk, levendig eigenlijk, genoeglijk als een lauwwarm bed op zondagochtend.

Ik denk dat woonwijken te beschrijven zijn volgens de volgende formule:
Levendigheid maal Properheid is een Constante. Oftewel: L x P = C

Het is hier heel proper.