Het had de gehele ochtend geregend, maar nu was het droog. Ik toog naar de plaatselijke uitspanning en nam plaats op het terras. Een plasje water op de tafel was de stille getuige van de gevallen regen. Voor ik koffie ging bestellen bij de serveerster vroeg ik eerst of ze de tafel wilde drogen.

Ze keek me aan, nee, ze bemonsterde me.
- 'Meneer, dat plasje droogt vanzelf wel.'
Ze had gelijk. Alles wordt vanzelf opgelost, alles gaat voorbij. Grootse oosterse filosofen zeiden dit al. 'De tijd heelt alle wonden', is heden ten dage ook hier nog een belangrijk spreekwoord. Maar als de tijd toch alle wonden geneest, waarom verspillen we dan tijd en moeite aan artsenopleidingen, ziekenhuizen en verbandtrommels? Westerse inconsistentie.
Ik ben een westerling met haast. Ik heb geen tijd om naar het drogen van plasjes te kijken.

'Dat duurt me te lang. Kunt u er niet even een doekje overheen halen?'
- 'Meneer, ik kan het drogen, maar het wordt toch weer nat.'

Dit was de tweede filosofische voltreffer binnen de minuut. Alle inspanning is ijdel, alles wordt weer teniet gedaan. Oceanen komen, oceanen gaan, rotsen komen, rotsen gaan, en "Panta Rhei" blijft altijd bestaan. Over een grote spanne tijds gemeten is dit heelal ontstaan om weer op te gaan in een omgekeerde oerknal, waarna er vast weer een nieuw heelalletje komt. Cyclisch.

Dorst ik nog om koffie te vragen? In gedachten zag ik de onontkoombare conversatie tegemoet.
- 'Meneer, ik kan u koffie brengen, maar morgen heeft u weer dorst.'
Ze zag aan mijn ogen dat ik aan een voedzame lunch dacht.
- 'Meneer, en hetzelfde geldt voor honger en voedsel. En sex en bevrediging. Klaar is het nooit.'
Ik zweeg onder haar priemende blik.

Die uitspanning heet 'Langerlust'. Een toepasselijker naam hadden ze niet kunnen bedenken.