Eeftink is niet meer. De flat ging plat en het puin is afgevoerd. Weer een stukje jeugd foetsie.

Aan het begin van mijn wooncarrière zetelde ik in een halve woning in de Pijp. Drie hoog achter, ongelogen. Maar wel hypergelukkig, zoals het hoort. Vrienden van me, die een baan hadden, zaten in Eeftink. Gloednieuw, supergroot, gigadouche. Ik douchte destijds in de gootsteen in mijn eigen optrekje. Het was een feest om bij hen op bezoek te gaan en om onder die sterke, hete straal te staan. Genieten. Met een balkon van twaalf meter. Ze betaalden per maand wat ik in een jaar kwijt was. Ze hadden wel een vervalste arbeidsovereenkomst nodig gehad om die flat te mogen betrekken. De woningbouwvereniging was nog niet streng in die dagen.
In mijn stoutste dromen had nooit kunnen denken dat ik ooit een fraai huis met douche zou bewonen. Inmiddels kan ik het zelf warm water laten regenen op elk gewenst tijdstip, maar die betovering van toen, van die hemelse hete stralen, ben ik kwijt.

De metro was er in die dagen nog niet. Waar nu ongeveer station Verrijn Stuartweg ligt, was toentertijd een winkelcentrumpje, met torenhoge prijzen, want concurrentie was er niet. De Bijlmer heette nog gewoon Bijlmer en was rustig en vredig. Liften waren puntgaaf en gingen op en neer, toen heel gewoon.

Later kende ik weer iemand in Eeftink. De tijdgeest was veranderd. Vrij opgewekt vertelde hij op een dag dat hij beroofd was in de lift. Hoewel hij maar een tientje bij zich had, was de junk niet boos was geworden vanwege het luttele bedrag en had ook niet geslagen. Soms zit het mee. Zo'n junk moet natuurlijk ook enigszins efficiënt aan zijn inkomen zien te komen.

De meeste Bijlmerflats zijn nu afgebroken. Het waren de mooiste en grootste woningwetwoningen die ooit gebouwd zijn. Wat ging er mis? De flats en het groen zijn verdwenen, vervangen door steenwoestijnen van fantasieloze rijtjes met eengezinswoningen. Ook het riante groen tegenover de entree van Geerdinkhof met de fraaie notenbomen zijn vervangen door Vinexrommel die ook in Appelscha had kunnen staan.

Het zal de vooruitgang wel zijn.