Ik heb niet zoveel met het ecosysteem. Dat ligt aan mijn jeugd. Op onze waranda op twee hoog koerden duiven die mijn vader op zondagochtend wakker maakten. Paps pakte dan de zwabber, smeet de deuren open en verjoeg de gevederde vriendjes.

Voor mij als kind was het ecosysteem iets dat met een zwabber verjaagd diende te worden. In mijn latere leven op diverse bovenwoningen had ik niks met plant of dier te maken. De binnenstad is een rustige woonomgeving. Maar in Geerdinkhof zitten die koerders weer in groten getale de rust te verstoren. Wat een rotgeluid is het toch.
Een tijdje terug stond in dit GDH-Infobulletin een oproep van iemand die wat aan de duivenoverlast wilde doen. Zou ik hem blij kunnen maken met een zwabber? Of moeten er zwaardere middelen worden ingezet? Een werpnet, pijl en boog, een buks? Nesten leeghalen, eieren schudden? Wat gaat er allemaal gebeuren?
En wat doe je met al die gesneuvelde duiven? Ik zou zeggen: opeten. Elke verorberde GDH-duif spaart weer het leven van een bioindustriekip, die in een akelig klein hokje zit met afgebrande snavel en doorgezakte poten. Klinkt als een echte win-winsituatie.
Hoe maak je nu een duif klaar? Als ie dood is, bedoel ik. Ook daar geeft ons GDH-Infobulletin antwoord op. Vervang in het recept 'Gevulde Tongrolletjes' en 'Zalmmousse' uit het decembernummer op bladzijde 31 de tongfilets respectievelijk de rode zalm door duivenborst. De niet-geconsumeerde tong en zalm zullen u dankbaar zijn. Uiteraard serveren met champagne, uit de noordelijkste wijnstreek van Frankrijk, aldus de uitleg op bladzijde 30.
Smullen maar, op een doodstille zondagochtend.