Water in de Bijlmerweide was op 18 juni het thema in de serie Landschap Lezen.
Rob Ververs, medewerker van Waternet, gaf informatie over het water zoals dat bij ons in de buurt te zien is. Hij moet even tuele negatieve effecten van de vernieuwing van de Bijlmer op de grondwaterstand zien te vermijden.

De Bijlmer is een polder
Kenmerk dat van invloed is op het water is vooraleerst dat de Bijlmer een polder is en er dus een constante bewaking van de water stand moet zijn. De polder is ca. 622 ha groot en 9% daarvan is oppervlaktewater. 65% is stedelijk gebied, waarvan de neerslag direct afvloeit op het oppervlaktewater, 25% is parklandschap waarvan het regenwater wel eerst via de grond opgenomen wordt. Er moet een balans zijn tussen het water dat de polder inkomt en dat wat eruit gaat. Anders gezegd:

de neerslag +
de inlaat van water +
de kwel +
de afstroom van de percelen
=
de verdamping +
de uitlaat +
de wegzijging +
de vraag van percelen +
de waterberging

Wegzijging is infiltratie in de bodem. Kwel is een specifiek punt waar mee we hier te maken hebben, daar over straks meer. Er zijn drie waterinlaten waar water van de Weespertrekvaart de Bijlmer binnenkomt:

  • noordoostelijk bij de brug naar Diemen (water gaat via Bijlmer ring kade)
  • in het midden bij de kinderboer derij (water in noordelijke richting)
  • zuidelijk bij de Gaasperplas.

Polderpeil
In de polder wordt een vast peil gehandhaafd; zodra de waterstand daarvan afwijkt, slaat het gemaal automatisch aan. Het water dat bij ons in de polder te veel is, stroomt dan naar de maalkom voor het Gemaal Zandpad. Daarwordt het water ‘uitgeslagen’ naar de Wees per trekvaart, met een capaciteit van 180 m3 per minuut. Dat water gaat via het IJ naar IJmuiden.
Het polderpeil in de Bijlmer is 4.20 m onder NAP (Nieuw Amsterdams Peil). In de Bijlmerweide ligt het echter op 3.50 m onder NAP, dus 70 cm hoger dan de rest van de Bijl mer. Het maaiveld ligt bij ons 2.80 m beneden NAP.

Historie
Oorspronkelijk bestond Noord-Holland uit een moerasgebied met een binnenmeer: het Almere. Door een doorbraak in het Waddengebied werd dat meer een zoute binnenzee. Het veen waterde via de diverse veenrivieren (waarvan de Amstel er een was) af naar het IJ.
Waar de Amstel in het IJ kwam is omstreeks 1200 de nederzetting ontstaan die nu Amsterdam heet.
Net als het Diemermeer (dat nu Watergraafsmeer heet) had het Bijlmermeer verbinding met de Zuiderzee. Bij tijd en wijle (door storm) kwam het zoute water via de Die binnenstromen.
Die meren werden met molens drooggemalen: het Diemermeer in 1629 en het Bijlmermeer in 1627. De Bijlmermeer (na drooglegging spreek je niet meer van ‘het’ maar van ‘de’ meer) was echter moeilijk droog te houden doordat er steeds water opkwelde. Pas bij de introductie van het stoomgemaal was het mogelijk de voeten blijvend droog te houden. Er werd een zeer fijnmazig slotenpatroon aangelegd, maar niet onder de Bijlmerweide.

Bijlmermeer bebouwd
Met het oog op de bevolkingsaanwas in Amsterdam werd vanaf 1960 de Bijlmermeer bewoonbaar gemaakt. Die bebouwing heeft veel consequenties voor het waterbeheer, omdat de neerslag niet vertraagd via de aarde naar het oppervlaktewater stroomt, maar direct via de hemelwaterafvoer. En we blijven wel een polder onder NAP. Er is een regel dat 10% van het extra verharde oppervlak gecompenseerd moet worden in oppervlaktewater. Vandaar dat er bijvoorbeeld een extra water wordt aangelegd tussen Groenhoven en Gouden Leeuw.

Kwelwater
Vanaf de Utrechtse heuvelrug is er een waterdruk op ons gebied. Dat gaat met ondergrondse stromen, die zo diep zijn dat het water in ons gebied met een opwaartse druk naar boven komt. De druk van het oppervlaktewater, de samenstelling van de ondergrond (zand laat makkelijk water door, veen en klei niet) en de dikte van die deklagen bepalen de intensiteit van de kwel. Daardoor is er op de ene plek wel en een stukje verderop geen kwel.
Behalve van verder weg gelegen hogere gebieden (Utrechtse Heuvel rug) treedt er ook kwel op van/naar omliggende polders. Met boringen en sonderingen is de ondergrond van de Bijlmer in kaart gebracht, zodat men nu de waterproblemen beter kan aanpakken.

Zoute kwel in de Bijlmer
In de Bijlmer is sprake van ‘zoute kwel’. En hoewel de Watergraafs meer (-5.50 m NAP) nog dieper is dan de Bijlmer, treedt daar geen zoute kwel op. Dat kan verklaard worden met de theorie dat de Am stel vroeger ter hoogte van de Omval afboog om via het Diemer meer af te wateren op de Zuider zee. Dat water was zoet en had een krachtiger stroom, waardoor er in de ondergrond geen zout werd opgeslagen. De Bijlmer had geen permanente doorstroom, het zoute water bleef er staan. Dat zout zit er nog steeds, en vrij ondiep. Doordat het water opkwelt en daarbij de laag passeert waarin het zout is opgeslagen, wordt de kwel brak. En daar hebben de boeren in de Bijlmer last van gehad. Het land hier gold dus niet als erg gunstig, vandaar dat het land in deze polder vooral voor veeteelt gebruikt werd.
Kwel kun je aflezen aan het chloridegehalte van water en dat hebben we tijdens de wandeling op een achttal plaatsen gemeten. Zie onderstaande kaart en grafiek.

Waterkwaliteit Bijlmerweide

De waterkwaliteit in de Bijlmerweide voldoet aan de eisen van stedelijk water: als je erin valt mag het niet schadelijk zijn voor je gezondheid. Met het water in de Bijlmerweide heeft de overheid echter geen hoge ecologische potentie als doel. Daar moeten we in verband met het feit dat de Bijlmerweide behoort tot de Ecologische Hoofdstructuur, nog maar eens over praten en denken. Zeker ook gezien de relatie tussen overbemesting en de waterkwaliteit in de sloten.

Practische actie
Tijdens de avond en de wandeling brachten bewoners hun zorgen naar voren over de sloot langs het voor malig weiland van boer Floor. Die bleek bijna droog te staan (zie de foto).
Gelukkig namen Rob Ververs en zijn collega bij Waternet snel actie: de toevoer van het inlaatpunt bij de brug onder de weg door de Bijlmer bleek verstopt (op de kaart: meet punt 1). Op maandag stroomde het water weer naar binnen.

Ellen Genet
Met dank aan: Marjan Verjaal