De provincie Noord-Holland verleende op 22 oktober 2002 vergunning aan het stadsdeel om de dreef af te graven. Daartegen is door de 3 G's en enkele bewoners uit Geerdinkhof beroep aangetekend.

De Raad van State heeft dat beroep gegrond verklaard en de vergunning vernietigd. De dreef mag nu niet afgegraven worden. De plannen die het stadsdeel heeft voor het 3G-gebied zijn daarmee op losse schroeven komen te staan. De appellanten (zij die beroep aantekenen) stelden dat de effecten van de dreefverlaging op de waterhuishouding niet met zekerheid te voorspellen zijn. Zij vrezen voor mogelijke schade aan hun woningen. Ook voerden zij aan dat het dreeflichaam beeldbepalend is voor de omgeving. Afgraven ervan zou dus hun woonomgeving aantasten. De Raad van State zegt niet of hij het hier al dan niet mee eens is. Wel erkent de Raad dat dit terechte belangen van de appellanten zijn. En dat dreefverlaging wel eens Bijlmervernieling zou kunnen zijn: "....niet uit te sluiten valt dat het af te graven dreeflichaam deel uitmaakt van het oorspronkelijke inrichtingsconcept van de Bijlmermeer". In de wet staat dat de provincie deze belangen had moeten afwegen en dat is niet gebeurd. En het stadsdeel had de dreefverlaging beter moeten onderbouwen. Een vrijwillige Milieu Effect Rapportage achtte de Raad van State daarvoor onvoldoende: "Het bestreden besluit is derhalve niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid en berust in zoverre evenmin op een deugdelijke motivering". Stadsdeel en provincie hebben dus in strijd met de wet gehandeld. Dus besliste de Raad van State "recht doende in naam der Koningin" dat de beroepen van de appellanten gegrond zijn en dat de ontgrondingenvergunning vernietigd wordt.