In hoofdstuk 1, Ontvankelijkheid, onderbouwen we onze stelling, dat zowel Groot Geerdinkhof als alle bezwaarmakers (en in feite alle bewoners) ontvankelijk zijn omdat de voorgestelde ingreep meer bewoners treft dan alleen degenen die zicht hebben op of binnen een bepaalde afstand wonen van de onderhavige dreven.

In hoofdstuk 2, Procedurele aspecten, onderbouwen we onze stelling dat de procedurele kanten bij het tot stand komen van deze vergunning niet correct zijn. We verwijzen daarin naar de eerdere vernietiging van de ontgrondingenvergunning door de Afdeling, naar het ontbreken van een ontwerpbestemmingsplan, naar de wijze waarop de Provincie omgaat met haar mandatering en naar de wijze waarop wellicht wel alle inspraakmomenten officieel zijn gerealiseerd, maar zonder dat vervolgens van een feitelijke belangenafweging geen sprake is geweest
In hoofdstuk 3, Belangenafweging, onderbouwen we onze stelling dat er geen sprake is geweest van een deugdelijke belangenafweging. We gaan daarbij achtereenvolgens in op: het ontbreken van een onderbouwing van een belangenafweging door Gedeputeerde Staten (3.1 t/m 3.3) onze belangen die geschaad worden omdat we geen Bijlmervernieuwingsgebied zijn, maar wel op de schop moeten (onderdeel A), uitgesplitst naar:

  • onze gebieden horen niet tot het plangebied; er is op zijn hoogst sprake van een nog uit te werken deel van het plangebied, maar die uitwerking ontbreekt geheel (3.4 en 3.5);
  • de voorgenomen bebouwing kan uitstekend uitgevoerd worden zonder het verlagen van de dreven; sterker, hoge dreven zijn ook een verrijking voor de nieuw aan te leggen wijk; het zand van de hoge dreef is niet nodig voor het bouwrijp maken van het plangebied (3.6);
  • het ontbreken van een onderbouwing van de in eerste instantie gegeven argumenten van het stadsdeel om de dreef te verlagen (lage dreven zouden leiden tot meer sociale veiligheid, lagere onderhoudskosten, meer te bebouwen gebied en zijn geen barrière tussen wijken) en het eigen onderzoek dat wij daar tegenover zetten (3.7, 3.8, 3.9 en 3.10). De landschappelijke waarde van de dreven is groot en wordt ten onrechte niet meegenomen in de belangenafweging, uitgesplitst naar:
  • de hoge groene dreef is een drager van identiteit, werd beschermd in het vigerende bestemmingsplan (3.11ac, 3.19, 3.20) en past perfect in de stedenbouwkundige visie van het stadsdeel mbt Groene en Blauwe banen (3.11b)
  • het beeldbepalende element dat de hoge dreven zijn voor Geerdinkhof, Gouden Leeuw en Groenhoven, mede gebaseerd op de Welstandsnota en het voorontwerpbestemmingsplan Geerdinkhof (3.12, 3.13)
  • de waarde van het groen in onze woonomgeving, uitgesplitst naar waarde voor onze leefomgeving, waarde in relatie tot de EHS, ontbrekend onderzoek door de stadsdeel, eigen onderzoek naar de waarde van de dreven en de monetaire waarde van de bomen (3.14 t/m 3.18).
    Het ontbreken van een deugdelijke onderbouwing van de stelling van het stadsdeel dat het afgraven van hoge, groene dreven geen effect hebben op de waterhuishouding (D). Wij betwisten dat met klem. Hierbij gaan we met name in op de onzorgvuldigheden, onjuistheden en leemtes in de Milieu Effect Rapportage (MER), die de basis vormt voor de bewering van het stadsdeel (3.23, 3.24, 3.27). Daarnaast onderbouwen wij onze mening dat de huidige MER niet voldoet aan de vereisten die gesteld mogen worden aan een dergelijk onderzoek: onafhankelijk, deugdelijk en wetenschappelijk (en niet politiek) verantwoord (3.21, 3.22).

Expliciet betwisten we de stelling dat het afgraven van de hoge, groene dreven geen invloed heeft op de grondwaterstand (3.25, 3.28 t/m 3.30). Hierbij becommentariëren we ook een eerder rapport dat uitgebracht is door de StAB (3.26).
En we zijn van mening dat de waterberging nu niet op orde is (de watergang) en doorgeschoven wordt naar later (3.31, 3.32). De niet eerder genoemde negatieve aspecten van het verlagen van de dreven, uitgesplitst naar de positieve relatie tussen hoge dreven en gezondheid en hoge dreven en verkeersveiligheid (3.33, 3.34, 3.35).
In hoofdstuk 4, Alternatieve plannen, geven we aan dat we mee willen denken met het stadsdeel en mee hebben gedacht, maar dat onze redelijke alternatieven door het stadsdeel nooit serieus onderzocht zijn waardoor het inspraaktraject niet meer is geweest dan het afvinken van noodzakelijke stappen.
- Eerst wordt ingegaan op het Plan Grunderhout, het alternatief dat leidt tot meer woningen, meer groen en behoud van de groene dreven (4.1). Daarna wordt het alternatief besproken waarbij de hoge, groene dreven omgebouwd worden tot "holle-wegen" waardoor de weg naar beneden gaat maar de waardevolle taluds behouden blijven (4.2 - 4.6). Wat wij vragen is niet ongebruikelijk en niet onmogelijk. De Groesbeekdreef is na acties van bewoners ook behouden gebleven (4.7).
In hoofdstuk 5, Commentaar op tekst ontgrondingsvergunning door Gedeputeerde Staten (GS), gaan wij gedetailleerd in op de tekst van de ontgrondingenvergunning. door deze focus zit in dit hoofdstuk enige overlap met een aantal punten in hoofdstuk 3.
In hoofdstuk 6, Ontbrekende voorschriften, gaan we in op het ontbreken van een herplantplicht en het ontstaan van planschade, waarvoor in de vergunning geen ruimte is ingeruimd. Ons beroep eindigt met het verzoek om de ontgrondingenvergunning te vernietigen.
Belangenafweging uit het beroepschrift
Hoger beroep kap d.d. 2 december 2004 Het stadsdeel Amsterdam Zuidoost is voornemens ten behoeve van de aanleg van de compleet nieuwe woonwijk Laag Grunder, een deel van de 's-Gravendijkdreef en Bijlmerdreef (wegen op een dijklichaam van ca. 3,5 meter) te verlagen én te verleggen, de Geerdinkhofweg te verlagen en het plangebied Grunder bouwrijp te maken, en de daarmee samenhangende groenstroken op zowel de taluds als op het maaiveld - met daarop de 736 te kappen bomen – volledig te verwijderen.

Belang bewoners Geerdinkhof, Groenhoven, Gouden Leeuw:
Wij genieten dagelijks van de bomen in de groenstroken, omdat ze het uitzicht vanuit onze woningen en ons woonmilieu bepalen en omdat het een zeer waardevol beeld vormt als entree tot de woonwijk (luchtfoto, bijlage 7 bij beroepschrift d.d. 29 augustus 2004). Wij hebben bewust voor een dergelijke uitzicht en het groene, parkachtige beeld gekozen toen wij onze woningen kochten. Ze maken een onlosmakelijk onderdeel uit van onze woonomgeving: groen en rustiek. In bijlage 4 is een fotoreportage opgenomen van de lommerrijke woonomgeving van de lage nummers in de wijk Geerdinkhof. Hoe is de situatie als de bomen gekapt zijn? In dat geval zal de bosachtige groene zoom met de hoge bomen met grote kruinen en het struikgewas daaronder zijn verdwenen. Ook boven de relatief lage huizen in Geerdinkhof zal de groene zoom die nu nog zo mooi oprijst en die het parkachtige karakter van de woonwijk benadrukt, weg zijn. Vanuit de flats Groenhoven en Gouden Leeuw zal de "Groene Zee" van boomkruinen waarop nu wordt uitgekeken veranderen in kaalheid. In plaats daarvan is er dan van opzij en van boven direct zicht op het autoverkeer op de weg en zal de geluidsoverlast toenemen. Langs deze weg zullen een paar rijtjes jonge bomen komen te staan in de nieuwe situatie. Maar het zal nog heel veel jaren duren voordat deze van enig formaat zijn. En zelfs dan zal de situatie onvergelijkbaar zijn. In plaats van de natuurlijke "verwilderde" groenstroken met bomen nu zal er een betrekkelijke monotone rij bomen opgenomen in de verharding voor terugkomen (zie bijlage 4, foto 17 t/m 20). Aldus vormen de te kappen bomen voor ons een essentieel element in het ons omringende landschaps- en stadsschoon. De natuur- en milieuwaarde van de bomen wordt niet alleen aangetoond in het rapport van Omegam Groenadvies (zie bijlage 2 bij ons beroepschrift d.d. 29 augustus 2004) maar ligt ook in de positieve effecten die bomen hebben op de milieuaspecten stof, geluid, woonkwaliteit, gezondheid, en water in de ruimste zin. Aparte aandacht verdienen de bomen op het maaiveld. Ook deze bomen zijn een essentieel element in het ons omringende landschaps- en stadsschoon en voor de nieuw aan te leggen woonwijk zou het inpassing van deze bomen ook een duidelijk meerwaarde generen, zoals eerder overtuigend is aangetoond door de Bomenstichting bij een onderzoek naar de aanleg van een nieuwe woonwijk in Veghel (bijlage 5). Daarnaast geldt dat de waarde van deze bomen ook ligt in hun effect op de waterhuishouding ter plaatse, waardoor o.a. de Bijlmerweide die direct aan de noord- en oostzijde van onze wijken ligt niet onnodig belast zou kunnen gaan worden door de noodzaak van extra aan te leggen waterberging.

Belang stadsdeel Amsterdam Zuidoost:
Het stadsdeel suggereert dat vernieuwing van dit gedeelte van de Bijlmer alleen succesvol is wanneer de hoge delen van de 's-Gravendijkdreef en Bijlmerdreef omlaag worden gebracht en de groenstroken met daarop de tot volle wasdom gekomen bomen verdwijnen. Het stadsdeel ziet zijn belang met andere woorden in het welslagen van de vernieuwingsoperatie. Het behoud van de te kappen bomen brengt evenwel de belangrijke vernieuwingsoperatie van de Bijlmer niet in gevaar. Het slopen van hoogbouwflats en het terugbouwen van (laagbouw)woningen kunnen doorgang vinden zonder het kappen van de onderhavige bomen en bijbehorende struiken. Hoe ziet het vernieuwingsgebied er uit als de bomen niet gekapt worden? In dat geval zal de nieuwe woonwijk Laag Grunder zijn ingebed in een groene zoom. De woonhuizen langs de ’s-Gravendijkdreef en Bijlmerdreef kijken uit op de bomen die zich bevinden op de iets verhoogde "groene eilanden" die markante accenten vormen in het stedelijke gebied. Het belang van het stadsdeel is hiermee niet geschaad.

Concluderend
In de tot nu toe gevoerde discussie met het stadsdeel en de rechter heeft er naar onze mening nog steeds geen deugdelijke belangenafweging plaatsgevonden, zoals wij hieronder verder zullen betogen. Wij zijn daarom nog steeds van mening dat het belang van het stadsdeel, zo dat er al is, niet opweegt tegen ons belang bij het behouden van het kwalitatief hoogwaardige karakter van onze woonomgeving dat rechtstreeks verband houdt met het beeldbepalende stedelijklandschappelijke schoon van de bomen. Dit temeer daar het recht doen aan onze belangen de kern van de plannen van het stadsdeel, namelijk woningbouw, niet aantast. Het behouden van het kwalitatief hoogwaardige karakter van onze woonomgeving heeft tevens positieve milieueffecten. Wij menen daarom dat de kapvergunning niet in stand kan blijven, omdat het dagelijks bestuur van het stadsdeel verzuimd heeft om op basis van artikel 5, eerste lid van de vigerende kapverordening op een juiste wijze het belang van natuur-, landschaps- en stadsschoon en andere redenen van milieubeheer van de te kappen bomen aan de 3G-zijde van de 's-Gravendijkdreef en de Bijlmerdreef en langs de Geerdinkhofweg af te wegen.