Het nieuwe jaar is goed begonnen! De bestuursrechter heeft in twee zaken vergelijkbare uitspraken gedaan. Het stadsdeel mag voorlopig de dreven niet afgraven en de viaducten niet slopen. In beide zaken had het stadsdeel de procedures niet goed gevolgd en onzorgvuldig gehandeld. Achtereenvolgens zal het gaan over:

  • de uitspraak over de dreven
  • het kappen van de bomen

1. Uitspraak dreven
Maandag 11 januari 2005 heeft de rechtbank uitspraak gedaan inzake de door ons aangevraagde voorlopige voorziening voor het beroep tegen de vrijstellingsvergunning art. 19 lid 2 om de dreef af te mogen graven. We hebben gewonnen! Dus de uitvoering van het afgraven van de dreef is opgeschort totdat de rechtbank beslist heeft over ons beroep

Ondanks het sterk juridische karakter, willen we toch wat woorden wijden aan de inhoud van de uitspraak. Omdat de dreefverlaging in strijd is met het huidige bestemmingsplan, had het stadsdeel ontheffing gevraagd (aan zichzelf en aan zichzelf gegeven) volgens artikel 19 lid 2 van de “wet ruimtelijke ordening” (RO). Deze zogenoemde vrijstellingsprocedure kent een aantal onderdelen, waarbij voor ons met name 'lid 1' en 'lid 2' van belang zijn. Kort gezegd: voor lid 1 moet een stadsdeel met betere argumenten en een betere onderbouwing komen
dan voor lid 2.

Voordat we naar de rechter zijn gegaan, had de onafhankelijke Commissie voor Bezwaar- en Beroepschriften al het Dagelijks Bestuur van het stadsdeel geadviseerd om aan onze bezwaren tegemoet te komen. Het advies luidde dat er geen art. 19 lid 2 procedure gevolgd mag worden, de lichtere dus, maar minimaal een art. 19 lid 1 procedure, de zwaardere dus. Maar het stadsdeel besloot dit advies naast zich neer te leggen en toch de vrijstellingsprocedure op basis van art. 19 lid 2 door te zetten. Hiertegen zijn we in beroep gegaan. Bij de rechtbank heet dat dan beroep in de hoofdzaak; het is vergelijkbaar met een bodemprocedure.

Omdat een beroep bij de rechtbank geen schorsende werking heeft - het stadsdeel mag doorgaan met de werkzaamheden -, hebben we tegelijkertijd een voorlopige voorziening aangevraagd, vergelijkbaar met het aanspannen van een kort geding. Daardoor is het mogelijk, als de voorlopige voorziening wordt toegekend, de werkzaamheden per direct stil te leggen totdat de rechtbank in de hoofdzaak een uitspraak heeft gedaan. De voorzieningenrechter heeft de voorlopige voorziening toegewezen en het besluit van het stadsdeel geschorst tot hij uitspraak heeft gedaan in het beroep. Gezien de tekst van het arrest kunnen de 3 G's die uitspraak met vertrouwen tegemoet zien.

De schorsing is gebaseerd op een drietal argumenten waarvan de inschatting van de voorzieningenrechter is dat die bij de behandeling in de hoofdzaak zullen leiden tot het vernietigen van het besluit van het Dagelijks Bestuur.
Het eerste argument betreft de wijze waarop het stadsdeel omgegaan was met de ontvankelijkheid van de bewoners die bezwaar hadden gemaakt tegen het art. 19 lid 2 besluit. Weet u nog? Dat waren er tegen de 200 !! De voorzieningenrechter is van oordeel dat onzorgvuldig is gebeurd.
Het tweede argument betreft de wijze waarop het stadsdeel dus omgegaan is met de art. 19 procedure. Het stadsdeel had niet alleen 'lid 1' moeten toepassen maar had ook een verklaring van geen bezwaar bij de provincie moeten aanvragen. Omdat het hier gaat om infrastructurele werken en ontgronding is het een speerpunt in het beleid van de provincie waarvoor die verklaring nodig is. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft het stadsdeel het beleid van de provincie verkeerd geïnterpreteerd.
En het derde argument - waar heel lang over gesproken is in de rechtszaal - betreft het ontbreken van een ontwerpbestemmingsplan. Dit klinkt naar een taalspelletje, maar wat er nu ligt is een voorontwerpbestemmingsplan en dat is een document dat juridisch niet bestaat. Dat betekent dat wij als burgers niet weten wat het stadsdeel nu precies van plan is en dat schaadt onze rechtszekerheid.

Hoe heeft het stadsdeel hier op gereageerd? Uit een notitie die de portefeuillehouder RO, mevr. Verdonk, aan de raad heeft geschreven en de concept-raadsvoordracht die daar op volgde, blijkt het volgende:

  • Het Dagelijks Bestuur is van plan haar besluit in te trekken en een nieuw vrijstellingsbesluit te nemen, maar nu conform art. 19 lid 1.
  • Het Dagelijks Bestuur stelt de stadsdeelraad voor om alle volgende besluiten aan haar te delegeren, zodat de raad niet meer in hoeft te stemmen met alle te volgen procedures.
  • Het Dagelijks Bestuur stelt de stadsdeelraad voor om geen inspraak meer te houden, want alles is al bekend. En het Dagelijks Bestuur zal er zorg voor dragen dat alle nieuwe informatie in de besluiten verwerkt wordt.
  • Het Dagelijks Bestuur stelt voor om een zogenoemd voorbereidingsbesluit voor het gebied van de dreven te nemen, omdat het bestemmingsplan nog veel te lang op zich laat wachten.

    Donderdag 3 februari 2005 is de raadscommissie RO bijeengeweest om deze concept-raadsvoordracht te bespreken. Het zal u niet verbazen dat de coalitie (PvdA, CDA en VVD) het met de raadsvoordracht eens is en de oppositie (m.n. Leefbaar Zuidoost, D66 en SP) niet. Uiteraard hebben we ook onze mening laten horen, door in te spreken. Zoals de aanwezigen het verwoorden: het was weer een ouderwetse commissievergadering met veel gekrakeel tussen de coalitie partijen en de oppositie. Misschien is het wel aardig om eens te lezen wat we dan naar voren brengen en hoe we dat doen



    2. Het kappen van de bomen
    Wat is de relatie van de uitspraak over de dreven met onze bomen? Tja, dan moeten we het nu over de relatie met de verschillende andere vergunningen gaan hebben; n.l. de kapvergunning en de ontgrondingenvergunning. De kapvergunning is inmiddels in de tweede fase beland. De eerste fase behelsde de gang naar de rechtbank. In de kapvergunning staat dat het stadsdeel niet eerder met de kap begint dan nadat zowel de vrijstellingsvergunningen (de art. 19 procedures) als de ontgrondingenvergunning verleend zijn. Door het geven van een vrijstellingsvergunning (art. 19) door het Dagelijks Bestuur dan wel een ontgrondingenvergunning door de provincie wordt hier al aan voldaan. Echter, tijdens de behandeling van de kapvergunning bij de rechtbank heeft het stadsdeel toegezegd niet eerder met de kap te beginnen dan nadat dat feitelijk kan. De precieze tekst in de uitspraak luidt: "Daarbij dient te worden opgemerkt dat ter zitting door gemachtigde van verweerder bovendien is toegezegd dat eerst met de kap van de bomen zal worden gestart indien de werkzaamheden ter zake van de verlaging feitelijk kunnen starten."
    Een schorsing van de vrijstellingsvergunningen dan wel van de ontgrondingenvergunning betekent dat er dus niet gekapt kan worden. Daarom hebben we dus een voorlopige voorziening voor vrijstellingsbesluit voor de dreven aangevraagd. En werken we aan we voorlopige voorziening voor het vrijstellingsbesluit voor het bouwrijp maken en de ontgrondingenvergunning. De voorlopige voorziening die we nu hebben gekregen betekent dus dat de bomen op het talud niet gekapt mogen worden (zie verderop "taludbomen"). De tweede fase van de kapvergunning betreft de gang naar de Raad van State. Ook daar hebben we zowel beroep aangetekend als een voorlopige voorziening gevraagd. De zitting voor de voorlopige voorziening is op 10 januari geweest en de Staatsraad heeft op 14 januari al uitspraak gedaan. De voorlopige voorziening is niet toegekend. De staatsraad was van mening dat de taludbomen beschermd werden door de voorlopige voorziening voor de dreef en dat ten aanzien van de maaiveldbomen het belang van het stadsdeel zwaarder zou wegen dan ons belang. Zij was van mening dat we onvoldoende onderzoek hadden ingebracht. Wij bestrijden dat; zowel door eigen onderzoek als door het door het stadsdeel ingebrachte onderzoek kritisch te beoordelen. Maar, ons oordeel weegt minder dan het oordeel van een onderzoeksbureau (ook al zijn er verschillende bewoners zelf onderzoeker).

    De tekst van de uitspraak luidt: "
    2.2. Bij het bestreden besluit gehandhaafde besluit van 4 februari 2004 is onder meer bepaald dat geen gebruik van de kapvergunning zal worden gemaakt voordat het dagelijks bestuur heeft besloten de relevante vrijstelling in de zin van artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: de WRO) te verlenen inzake de verlaging van de Bijlmerdreef en de 's Gravendijkdreef dan wel inzake het bouwrijp maken van de wijk Grunder.
    2.4. Niet in geschil is dat gelet op de onder 2.2. vermelde aan de kapvergunning verbonden voorwaarden en de uitspraak van de voorzieningenrechter van 7 januari 2005 thans vooralsnog geen gebruik van de kapvergunning kan en zal worden gemaakt voor zover die betrekking heeft op de 444 bomen op de taluds van de Bijlmerdreef en de 's Gravendijkdreef. Voor dat deel van de bij het bestreden besluit gehandhaafde kapvergunning ontbreekt voor het treffen van de gevraagde voorziening dan ook de vereiste onverwijlde spoed.
    2.5. Voor zover het verzoek om voorlopige voorziening betrekking heeft op de overige 271 bomen op het maaiveld, overweegt de Voorzitter het volgende.
    2.8. In hetgeen verzoekers naar voren hebben gebracht ten aanzien van de 271 bomen op het maaiveld in de wijk Grunder bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat op voorhand moet worden aangenomen dat de aangevallen uitspraak in de bodemprocedure niet in stand zal blijven, althans dat uiteindelijk zal blijken dat geen kapvergunning mocht worden verleend. Daarbij zij aangetekend dat verzoekers weliswaar hebben gesteld dat de kap van de bomen een negatieve invloed heeft op de waterhuishouding in het gebied, maar dat zij dit niet op enige wijze aan de hand van objectieve gegevens aannemelijk hebben gemaakt. Het Milieueffectenrapport "Vernieuwing Bijlmermeer Zuidoost" van 20 november 2002 met de aanvulling daarop van 28 februari 2003 en het door de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening op 17 juni 2003 in het kader van een samenhangende ontgrondingzaak opgestelde deskundigenrapport maken beide melding van een licht positief effect van de herinrichting (met inbegrip van het kappen van de bomen) op de grondwaterstand. Onder deze omstandigheden dient het belang van het dagelijks bestuur om thans een aanvang te kunnen maken met de realisering van de bouwplannen waarmede - naar ook door verzoekers niet wordt betwist - grote maatschappelijke belangen gemoeid zijn zwaarder te wegen dan het belang van verzoekers dat de bomen vooralsnog niet worden gekapt.
    2.9. Gelet op het bovenstaande dient het verzoek te worden afgewezen."

    De zitting in de hoofdzaak is voorlopig gepland op 18 maart te Den Haag (maar houdt u onze website in de gaten voor de juiste datum). Ook daar bent u van harte welkom!! Met name de Raad van State wil inmiddels nog wel eens het milieu hoger waarderen dan financiën. (Uw secretaris wil graag een keer uitleggen dat milieu óók economie is.) Denk daarbij aan de uitspraak over IJburg-2 (mag voorlopig niet aangelegd worden) en de recente uitspraak over de tweede Maasvlakte (mag voorlopig ook niet aangelegd worden). We gaan onze uiterste best doen, op basis van de gevraagde objectieve gegevens, de Afdeling alsnog te overtuigen én van de invloed van bomen op zowel de kwaliteit van onze leefomgeving als op de waterhuishouding (grondwater en waterberging) én van de vele onzekerheden waarmee de door de Voorzitter aangehaalde rapporten nog omgeven zijn waardoor ook de conclusies niet zo stellig zijn.

    Waarom zijn er dan nu toch bomen gekapt?
    Het draait hier om de begrippen taludbomen en maaiveldbomen. Op de kaarten die bij de kapvergunning zitten en die door het stadsdeel gebruikt zijn, heeft elke boom (tenminste, elke boom die door het stadsdeel erkend is als boom) een nummer gekregen. Sommige bomen zijn samen met het struikgewas ingedeeld in een vak. Deze vakken en individuele bomen vormen samen de te kappen houtopstanden. In onze beroepschriften hebben we - om niet steeds alle nummers en vakken op te noemen - de indeling van het stadsdeel in vakken en bomen geclusterd tot 444 'taludbomen' en 292 'maaiveldbomen'. De grenzen van de vakken lopen langs de tijdelijke bouwweg/rijweg.
    Op dinsdag 1 februari is het stadsdeel begonnen met het kappen van de bomen om het plangebied Grunder bouwrijp te maken. Die dag en de daaropvolgende dag hebben we met z'n allen kunnen constateren dat er ook bomen en struiken (houtopstanden) zijn gekapt die ten noorden en ten oosten van de tijdelijke bouwweg/rijweg stonden - aan onze kant dus.

    Deze bomen stonden in de vakken A, B, D, H, I en J en behoren daarom tot de 'taludbomen' die zowel in de uitspraak van de rechtbank van 7 januari als van de Raad van State van 14 januari aangemerkt zijn als bomen die niet gekapt mogen worden voordat in de hoofdzaak op de vrijstellingsvergunning is beslist. Deze bomen zijn dus illegaal gekapt. Op woensdagochtend 3 februari heeft het bestuur samen met een bewoner van de lage nummers hiervan aangifte gedaan bij de politie. De politie vind het een civiele zaak, maar is toch meegegaan naar de plaats waar gekapt werd en heeft een notitie van de zaak gemaakt. Na overleg met de opzichter ter plaatse en de projectleider, de heer Rosendahl, van het stadsdeel, is men 's middags toch doelbewust doorgegaan met kappen (nadat de kap in eerste instantie stil was gelegd). De heer Rosendahl stelde zich namelijk op het standpunt dat een maaiveldboom een boom is die op een vlak stuk staat en gaat daarmee volkomen voorbij aan de door ons ingevoerde en de door het stadsdeel nooit bestreden terminologie.

    We hebben daarna nog overleg gehad met de juristen van het stadsdeel en inmiddels ook met de portefeuillehouder Beheer en Milieu op de al eerder genoemde commissievergadering RO. De laatste zegde toe - met de informatie verkregen uit het vragenuurtje van de commissie RO van 3 febr. j.l. .- terug te zullen koppelen naar Beheer en Milieu van het stadsdeel (B&M), i.c de heer Rosendahl. Onze indruk is dat er hier doelbewust zoveel mogelijk gekapt is. De opzichter ter plaatse had het zelfs over de verkeersgevaarlijke situatie, terwijl de weg voorlopig nog niet open gaat (en als het aan ons ligt, nooit). Eerst moet de A9 af zijn. Maar het typeert de instelling van het stadsdeel.

    We gaan dit verder aankaarten bij het stadsdeel, de rechtbank, de Raad van State en opnieuw bij de politie. We staan sterk omdat het stadsdeel bij de Raad van State in januari jl. zélf opnieuw de kapkaart heeft ingediend (geparafeerd door de heer Rosendahl d.d. 4/1/2005) waarop een roze streep ingetekend is ten westen en zuiden van de tijdelijke rijweg/bouwweg met als bijbehorend onderschrift: "te kappen bomen maaiveld Grunder".

    In de begeleidende brief d.d. 6 januari van het stadsdeel bij de kaart staat: "Kaart waarop is aangegeven welke bomen op het maaiveld zullen worden gekapt en welke op de dreven." De bomen zijn illegaal gekapt. We gaan door, maar het leed is helaas al deels geschied.

    Wordt vervolgd