Voor het gebied is door Jan Kapsenberg een alternatieve stedebouwkundig concept ontwikkeld, het zgn. plan Grunderhout.

Intro.
In de vorige uitgave van Archis (#4) deed Arjen Oosterman verslag van de stand van zaken rond de Vernieuwingoperatie in de Bijlmermeer. Het artikel wierp onder meer de vragen op, in hoeverre er hierbij sprake van normalisatie van de Bijlmer, dan wel dat om een nieuwe vorm van modernistische stedenbouw zou gaan. Gaat het om een traditioneler idioom waarbij er meer gerichtheid op de woonconsument is, of is er eerder een sterk sturende overheid die contingenten verdeelt en vastlegt? De praktijk in de G-buurt en dan rond het deelgebied Grunder (‘te zien is hoe het programma zich naar gegevenheden plooit’, volgens bijbehorend onderschrift in Archis #4) laat zien dat de overheid, het stadsdeelbestuur van Zuidoost, als scriptwriter het scenario bepaalt waarbij inspraak niet meer is dan een politiek correct schijnende formaliteit. En: en passant wordt het voorbijschieten van Bijlmervernieuwingsuitgangspunten zichtbaar. Het deelplan Grunder – in Zuidoost het SPvE Grunder-Grubbehoeve geheten – voorziet in een, naar Bijlmervernieuwingsmaatstaven, massief aandoend ‘superblok’ met een vrijwel aaneengesloten 5-lagige wand langs Bijlmerdreef en ’s Gravendijkdreef en hogere schijfbebouwing langs overige randen, die laagbouw middenin ommuren. Dit alles – plus extra bebouwing voor de entrees van aan de overkant van de Bijlmerdreef gelegen wooncomplexen – aan de oostrand van de Bijlmer, 400 meter buiten het stedelijke focuspunt van Ganzenpoort, geprojecteerd op de overgang naar het groene buitengebied. Met name de oplossing voor dit deelgebied illustreert de afwezigheid van een sturende aan een masterplan inherente stedenbouwkundige logica of structuur: ongeacht de (perifere) situatie in het totaalbeeld volgt de bebouwing hier ogenschijnlijk een andere logica, één van het op kwantiteit gerichte regime van marktwerking. Het roept bij met name bewoners uit de omgeving dit beeld op: hoe zo eenvoudig mogelijk een maximum aan strekkende meters woningbouw weg te zetten? Zo beredeneerd heeft Donald Lambert een punt, door vast te stellen dat stedenbouw niet langer sturend maar volgend is.

Omgangsvorm.
Het probleem is thans gelegen in het omgaan met zo’n prozaïsche werkelijkheid. Het deelgebied Grunder, laat zich eerder lezen als een berusting in plaats van het ondervragen van deze realiteit waarbinnen zodoende nieuwe speelruimten en openingen gezocht worden. Het lijkt evident dat de ondervragende houding meer onderzoek-kracht en dus wat meer geld vergt. Maar toch is er hier iets vreemds aan de hand.

3000 Bewoners.
Het deelplan Grunder stuit reeds vele jaren op weerstand van zo’n drieduizend bewoners uit de directe omgeving. Deze bewoners hebben het deelplan Grunder door de jaren heen zien ontstaan op talloze info- en inspraakavonden. In feite leveren deze een schat op aan – gratis – informatie waar de plannenmakers mee aan de slag kunnen, zou je zeggen; het veldwerk is gedaan. Deze bewoners keren zich met name tegen het verlagen van de Bijlmerdreef, iets dat nodig zou zijn om de bebouwing langs de Bijlmerdreef te kunnen bouwen en de sociale veiligheid te doen toenemen. Het verlagen van de Bijlmerdreef brengt als consequentie mee, dat er vele bomen gekapt dienen te worden, welke beeldbepalend zijn voor de entrees van de architectonisch interessante torencomplexen Gouden Leeuw en Groenhoven van Joop van Stigt en de groene entree van de laagbouwwijk Geerdinkhof. De karakteristieke groene ontsluitingslaan voor Geerdinkhof zal dan verdwijnen. Hiermee heeft het deelplan Grunder vooral een ingrijpende impact voor die Bijlmergebieden, waar geen problemen zijn en de woonsatisfactie groot is, met name vanwege het parkachtige groen. Ergo: ingrijpende gevolgen op Bijlmergebieden die niet voor de vernieuwingsoperatie in aanmerking komen. Deze is immers ingezet om de rotte plekken uit de Bijlmer te halen. Hier schiet de vernieuwing haar doel voorbij. Bouwen omwille van bouwen, zoals Ole Bouman in Archis #4 reeds vaststelde. De argumenten om de Bijlmerdreef nabij Grunder te verlagen blijken echter niet houdbaar en arbitrair. Zo wordt ten westen van de Gooiseweg de Bijlmerdreef niet verlaagd en blijkt het bouwen langs de hoge Bijlmerdreef juist architectonisch interessantere oplossingen te genereren, zoals dijkwoning-achtige typen. Voorts is nooit met klinkende politiecijfers aangetoond dat de sociale veiligheid in het gebied aanleiding zou moeten zijn tot maatregelen à la een Bijlmerdreefverlaging. Argumenten om de Bijlmerdreef niet te verlagen lijken daarentegen meer hout te snijden. Naast behoud beeldbepalend groen, hebben we Gouden Leeuw en Groenhoven welke volgens het dijkwoningprincipe op de verhoogde dreef aangesloten en georiënteerd zijn. Dit in tegenstelling tot de honingraat-flats, welke dwars op de dreven georiënteerd zijn, waardoor het verwijderen van parkeergarages, dreefverlaging en bebouwing ter plekke langs de dreef geen noemenswaardige consequenties voor de woningen heeft en legitiem is. Het stadsdeel Zuidoost wil het bij de honingraatflats geschetste Bijlmerdreefpatroon bij Gouden Leeuw en Groenhoven herhalen, omwille van het stadsstraat-idee dat het stadsdeel hanteert. Voor Gouden Leeuw en Groenhoven moet er dan een oplossing geforceerd worden om hun entrees op drie meter boven maaiveld te doen aansluiten op de verlaagde Bijlmerdreef. Niemand zal verbaasd zijn dat deze operatie extra geld kost: aanleg tijdelijke weg, het kappen van honderden bomen, tijdelijke ontsluitingen voor Gouden Leeuw, Groenhoven en Geerdinkhof en het verbouwen ervan, enzomeer. Daarbij nog de te verwachten planschadeclaims van bewoners als de plannen doorgaan.

Bijlmerdreef-Stadsstraat.
Het stadsdeel heeft het druk met het idee voor de Bijlmerdreef als stadsstraat te promoten. Wat is een stadsstraat? In de visie van het stadsdeel is dat een drukke straat met aan beide zijden zo veel mogelijk gesloten gevelwanden à la Amsterdam-Zuid – Plan Berlage. Deze straat moet, wil ze in de ogen van het stadsdeel een echte stadsstraat zijn, overal ditzelfde profiel hebben. Langere stadsstraten echter, zoals de Middenweg in de Watergraafsmeer, of een Champs Elysée, geven een afwisselend beeld te zien en verbinden zo meer stedelijke concentraties met parkachtige gebieden of parken.Ze houden zich niet aan de stadsdeel-visie. Zo’n langere, organisch uit geografisch-programmatische ontwikkelingen ontstane stadsstraat communiceert tevens waar men zich bevindt, iets dat overigens in de Bijlmer geen overbodige luxe is. Zo beleeft de Bijlmerdreef haar dichte hoogtepunten bij de Amsterdamse Poort in het westen en bij het nieuwe Ganzenpoort in het oosten. Deze verdichtingen zijn dan ook programmatisch gelegitimeerd. Ter plaatse van Grunder (ten oosten van Ganzenpoort) eindigt de Bijlmerdreef in een bocht en geeft zicht op de groene periferie van de Bijlmer, de achterkant van de stad. Toen ik Donald Lambert daar tijdens een informatieavond op wees, luidde zijn antwoord dat er in de Randstad geen periferie bestaat… Los Angeles als model voor de Randstad…? Tja, maar dan klopt het idee van een strakke maakbare stadsstraat al helemaal niet meer. En wat te denken van het groene scheggen idee voor perifere gebieden, dat de gemeente Amsterdam hanteert? (1) Terug naar de Bijlmerdreef. De ‘Einde- Bijlmerdreef-markering’ en visuele overgang naar het perifere gebied zullen tenietgedaan dan wel geblokkeerd worden door gevelwanden die met de bocht meedraaien. Denken we bij een stadsstraat aan een vista, dan wordt deze hier gesmoord. Het is als een monotone film, waaraan de scriptwriter in zijn herhalingswoede maar geen eind kan breien, of een dito muziekstuk zonder kloppend slot.

Learning from Betuwelijn.
Uit bovenstaande schets komt naar voren dat ondanks klankbordgroepen en jarenlange inspraakprocedures met actief betrokken bewoners het stadsdeel zich vooral in de eigen agenda heeft vastgebeten. Het is mij als betrokkene opgevallen, dat het stadsdeel consequent die besluiten neemt welke de bewoners maximaal tegen de haren instrijken. Willen deze bewoners geen dreefverlaging? Dan krijgen ze dreefverlaging! Willen ze geen al te dichte bebouwing voor de deur? Dan moet er voor hun deur juist flink dicht gebouwd gaan worden met woningbouw voor de entrees van Gouden Leeuw en Groenhoven… Een kwade genius of louter toeval? Hoe dan ook, de verlaagde dreef zal en moet er komen. Een vergelijking met de Betuwelijn dringt zich op. Een bewoner wist fijntjes voor AT5 te melden, dat als het leed geleden is, er allang andere bestuurders zijn die dan het gelijk van de bewoners in zouden zien. Nieuwe politiek, dualisme, interactiviteit en burgerparticipatie; in Den Haag wil het niet vlotten, in Zuidoost staan andere zaken op de agenda, zo lijkt het.

Bewonersplannen.
Eén. Reeds drie jaar geleden diende een aantal bewoners een alternatief plan in voor het deelgebied Grunder. Dit Plan Wibaut was vooral bedoeld om het stadsdeel te kietelen: een gevelwand langs de hoge ’s Gravendijkdreef en Bijlmerdreef in nostalgie- of retrostijl compleet met kasteeltorens dat naar een boulevard in Parimaribo zou verwijzen. Het werkte prima als eyecatcher, maar werd niet als een serieus alternatief gezien. De keuze voor een wand was problematisch: een scheiding tussen het rijkere Gouden Leeuw, Groenhoven en Geerdinkhof en het armere Grunder en Grubbehoeve. Dat lag politiek gevoelig. Pikant is dat het stadsdeel nu zelf voor een wand langs de dreef kiest.

Twee. Uitgaande van de Bijlmerdreef als organische stadsstraat en dichtheden- /zichtlijnenonderzoek heb ik namens de bewoners het Concept Grunderhout aan het stadsdeel gepresenteerd, dat zich welhaast letterlijk naar de gegevenheden plooit. Deze volumestudie kenmerkt zich door een open stadsvilla-verkaveling die een overgang naar het perifere buitengebied vormt. Een villa bevat 3 of 4 woningen. Het grotere woongebouw in het midden volgt de zichtvelden vanuit Grubbehoeve, Geerdinkhof, Groenhoven en Gouden Leeuw en maakt zoveel mogelijk hergebruik van de fundering van de gesloopte flat Grunder. Aardig hierbij is, dat dit Concept Grunderhout zo’n 100 woningen meer kan bevatten dan het voorliggende deelplan Grunder. Ik ging er nog vanuit, dat de te slopen woningen van de oostelijke poot van Grubbehoeve, ‘teruggebouwd’ dienden te worden. Dit sloopplan is later teruggedraaid. De hoge Bijlmerdreef is hier als heuvel opgevat: een ‘verlaagde’ Bijlmerdreef die over een heuvel loopt. De heuvel markeert het einde van de Bijlmerdreef en biedt een ‘vista’ op het verlaagde deel verderop. Dit plan sneuvelde uiteindelijk: het zou volgens de portefeuillehouder geen rekening met de zichtvelden vanuit Grubbehoeve houden (!), en daarbij nog: ‘mensen willen stedelijk wonen’, maar: ‘het gebouw in het midden is weer te grootschalig (stedelijk, dus)’, enzovoort, enzovoort. De portefeuillehouder vergeet dat zo’n gewenste stedelijkheid eerder programma-gerelateerd dan vormgerelateerd is. Bewoners kiezen dan voor een voorzieningen-infrastructuur en nemen dicht opéén wonen op de koop toe.

Drie.Circa een half jaar later kwamen andere bewoners met een compromisvoorstel voor de Bijlmerdreef, waarbij de dreef wel verlaagd wordt terwijl, door toepassing van damwanden, de taluds met de bomen behouden blijven. Een financieel gunstige oplossing welke het tot raadsadres bracht, om daarna terzijde gelegd te worden.

Slotvraag.
De vraag rest, hoe zit het met de woonconsument bij de Bijlmervernieuwing? Is hier sprake van een ‘U Vraagt, Wij Draaien’? Het stadsdeel lijkt hier twee talen te spreken. Dan ligt het accent op het spoedeisende belang om bewoners uit de sloopflats te herhuisvesten en andermaal ligt het accent op het realiseren van duurdere woningen, om mensen uit het nieuwe zakencentrum aan de andere kant van het spoor aan te trekken. Intussen besteedden diverse media als AKN-Netwerk en Het Parool aandacht aan het fenomeen, dat duurdere woningen in ‘achterstandsgebieden’ geen soelaas voor integratie zouden bieden, getuige onder meer de te-koop-explosie van de woningen boven het nieuwe winkelcentrum Ganzenpoort. Waarschijnlijk valt er nog veel te ontdekken voor woonconsumentenonderzoekers in de Bijlmer. En, zijn de dwarsliggende en meedenkende bewoners uit de bestaande bebouwing rond Grunder ook woonconsumenten? Ze gedragen zich in ieder geval als mondige consumenten, die ontevreden zijn over de service die bij een product geleverd wordt en daarbij volop van de rechtsgang gebruik maken. Zo heeft hier de Raad van State in december 2003 de ontgrondingenvergunning t.b.v.de Bijlmerdreefverlaging vernietigd en is men de volgende strijdronde ingegaan, waarbij de Raad van State opnieuw uitspraak zal doen. Als het goed is, moet het nieuwe product er alleen maar beter van worden.

Jan Kapsenberg

1) Kadernota voor de welstandsbeoordeling in Amsterdam: paragraaf 14. Perifere groengebieden – HoofdGroenSructuur