In Geerdinkhof wordt van alles georganiseerd. Maar lang niet alle bewoners zijn op de hoogte van wat er zoal gebeurt aan activiteiten. Daarom besteden wij daaraan in het Infobulletin aandacht. In deze tweede aflevering van de rubriek Geerdinkhof Actief: Tuinierdersvereniging De Egelantier.

actief egelantier-2

Moestuinen zijn weer in. De stadsmens, die alleen nog maar langs de gewassen groentes van de supermarkt schuifelde, wil weer zelf de zanderige worteltjes uit de grond trekken, zijn eigen bessen plukken en verse capucijners uit eigen tuin eten. En dat kan zomaar in onze buurt, want sinds jaar en dag zijn er volkstuintjes, aan de waterkant bij de Bijlmerweide Noord, achter Groenhoven.
Nu hebben Geerdinkhoffers allemaal een eigen tuin en daar zou je ook best wat groenten in kunnen kweken, maar het spreekt toch meer aan om dat op een moestuinencomplex te doen. Dus is ongeveer de helft van de tuinierders die hun groentes hier in verenigingsverband verbouwen inwoner van Geerdinkhof.

actief egelantier-1

Geschiedenis
Een vereniging heeft een bestuur, zo ook de tuinierdersvereniging. Als ik voorzitter Ellen Genet vraag welk bestuurslid het best kan vertellen over de geschiedenis van het complex verwijst zij me naar Jacqueline van der Lee, die vanaf het begin actief is geweest en al een aantal jaren de rol van penningmeester heeft.
Jacqueline vertelt hoe in het begin van de jaren tachtig de tuinen zijn ontstaan. 'Het initiatief werd destijds genomen door de bekende Bijlmer-opbouwwerker Toon Borst. Die zag in het stichten van moestuinen een goede kans om mensen met elkaar te verbinden; ook multicultureel, want veel Surinamers waren in hun land gewend geweest groenten te verbouwen.' Zo werden bij veel flats moestuinen aangelegd en werd een overkoepelende vereniging opgericht: De Egelantier. Toon Borst heeft heel lang de kar getrokken.

Enig overgebleven complex
Medio jaren negentig startte de vernieuwing van de Bijlmer en met het afbreken van flats verdwenen vanzelf ook veel moestuincomplexen. Jacqueline: 'Bij Groeneveen was in 1992 het vliegtuig zo ongeveer ter hoogte van de tuintjes neergestort. En nu is er al jaren niets meer van al die tuincomplexen over. Wij zijn het enige complex dat nog voortbestaat, nog steeds wel onder de algemene naam De Egelantier.' Dat voortbestaan ging overigens niet altijd vanzelf. Ook hier zakte de spirit wel eens in. 'Rond 2005 werd het tijd voor een revival. Ik deed het bestuur in mijn eentje en kon ook niet alles behappen. Sommige leden gingen geheel hun eigen gang. Zo had je er een die, nadat hij zijn tuintje had opgegeven, gewoon verlangde dat zijn hortensia's erin bleven staan. Ook werden tuintjes gewoon doorgegeven aan anderen of deed men vrijwel niets met zijn tuin, maar hield die wel aan...

actief egelantier-3

Huishoudelijk reglement
Toen heeft het nieuw opgerichte bestuur het huishoudelijk reglement aangepast: je moest voortaan in je tuintje wel actief dingen laten groeien...' Het klinkt als een open deur, maar volgens Jacqueline zijn die bepalingen nodig om gemakzucht te bestrijden. Zo is men volgens het reglement verplicht ´zijn tuin regelmatig te bewerken en te onderhouden´, onkruid weg te halen en mee te doen aan twee werkochtenden per jaar. Daarmee wordt het complex in stand gehouden, bijvoorbeeld door paden op te hogen, en worden de composthopen bewerkt.
Kortom, een moestuintje hebben is geen vrijblijvende aangelegenheid en het vraagt dus nog steeds gemeenschapszin, precies zoals het de opbouwwerker van dertig jaar geleden voor ogen stond.

Wachtlijst
Anno 2013 is er een wachtlijst voor de tuinen. Dat is wel anders geweest, vertelt Jacqueline: 'Toen er meer tuintjes waren dan leden, stelden we het zogeheten ''adoptieftuintje'' in: je kon er een tweede tuintje bij aanvragen. Zelfs een derde tuintje erbij was op zeker moment mogelijk.' Overigens kom je nu voor dat derde tuintje pas in aanmerking als er geen wachtlijst is: nieuwkomers gaan dan voor.

Rol lokale overheid
De lokale overheid is het volkstuingebeuren altijd welwillend tegemoetgetreden. De opbouwwerkgedachte is blijven bestaan. Nog steeds worden zand, aarde en koeienmest op aanvraag bij de tuinen afgeleverd. Maar ook het stalen hek dat sinds een jaar of acht om het complex staat, is er dankzij de stadsdeelambtenaren gekomen. 'We gingen gewoon naar boerderij Langerlust, waar toen de afdeling Groenvoorzieningen van het stadsdeel zat, en vroegen om een echt hek in plaats van die houten paaltjes. Dat was geen probleem; het ging allemaal heel gemakkelijk in die tijd. Dit hek staat een stuk professioneler dan het vorige. De functie is wel voornamelijk visueel. Natuurlijk moet je ongenode gasten buiten houden, maar er wordt eigenlijk opvallend weinig uit de tuintjes ontvreemd. Ja, van die mooie pompoenen, daar wil er wel eens eentje van verdwijnen.'

Tuinbeleving
Volgens Jacqueline is het natuurgebied bij de tuintjes zo´n beetje het mooiste stukje van de Bijlmer. Waar heb je dit... toch bijna nergens? Ze kan genieten van de sfeer bij de tuinen: 'Het kan er heel verstild zijn, zo op een zomeravond. En als ik wel eens mensen hier heb uit andere streken van het land dan zeggen ze: je kunt hier beter wandelen dan bij ons.´
En die tuinbeleving kan voor iedereen weer net wat anders zijn. Zo vindt een van de tuinierders voornamelijk het spitwerk interessant. Dat er daarna wel van alles moet worden geplant en gezaaid, spreekt hem kennelijk minder aan. Omdat hij daarmee aardig in de gevarenzone kwam, gaven andere tuinierders hem de tip dan tenminste wat bollen te planten. Dit tekent wel de sfeer bij De Egelantier: ondanks het aangescherpte reglement is er geen schrikbewind: binnen bepaalde grenzen kun je je eigen plan(t) trekken. Prettig wel, voor de gemiddelde Amsterdammer.

Gelijk gekregen
Na het tientallen jaren te hebben volgehouden met De Egelantier, ziet Jacqueline met genoegen dat het moestuinwezen is opgebloeid: 'Ik ben er al die jaren in blijven geloven: het verbindt mensen! Zelfs mensen met van die kerkhoftuintjes krijgen nu ook belangstelling.'

PS: uw reporter heeft sinds 2011 ook een tuintje op het complex.